Schenking: bijzonder portret in kleur

Onlangs ontving Nationaal Monument Kamp Vught een portret in kleur van Willy la Croix van  zijn kleindochter, Teuntje Klinkenberg. Haar opa Willy la Croix is in Kamp Vught geportretteerd door W. Adolf; rechtsonder is zijn signatuur. Van zijn hand is ook een portret bewaard gebleven van gevangene Hans van Ketwich Verschuur en van een onbekende gevangene, door sommigen herkend als musicus Everard van Royen. De portretten van W. Adolf onderscheiden zich van alle andere portretten, doordat ze in kleur zijn uitgevoerd.
De tekening in kleur staat op de omslag van het boek Kamp Vught 1943-1944: in gevangenschap getekend. Oud-gevangene Tineke Wibaut-Guilonard ontwikkelde in 1995 met andere bestuursleden van de Stichting Vriendenkring Nationaal Monument Vught een expositie met 46 authentieke portretten en het gelijknamige boek (dat alleen nog antiquarisch verkrijgbaar is). Het portret wordt zorgvuldig bewaard in het museumdepot.

Nog altijd duiken bijzondere objecten uit de Tweede Wereldoorlog op. Bij een verhuizing, na het overlijden van een naaste, bij de sloop van een woning of bij het opruimen van een zolder. Variërend van een stapeltje brieven tot foto’s, films, dagboeken, documenten of voorwerpen. Heeft u documenten (dagboeken, foto’s, correspondentie etc.) afkomstig uit Kamp Vught? Wilt u dan een bericht over het object (indien mogelijk met foto) sturen naar info@nmkampvught.nl t.a.v. Brigitte de Kok? Bij voorbaat hartelijk dank!

Communist

Architect Willy la Croix (1906-1944) was vanaf het begin van de oorlog als communist betrokken bij het verzet tegen de bezetter. In april 1942 wordt hij met zijn vrouw Grethe opgepakt en opgesloten in het Huis van Bewaring in Amsterdam. Grethe komt na zes weken vrij, maar Willy wordt in juni 1942 overgebracht naar Kamp Amersfoort. In maart 1943 komt hij in Kamp Vught aan. Met de laatste transporten gaat hij op 5 of 6 september 1944 naar Kamp Sachsenhausen in Duitsland. Componist Marius Flothuis vertelde over Willy: “Hij heeft goed voor me gezorgd, toen we met het laatste transport naar Sachsenhausen gingen. Hij werkte in het kampziekenhuis als ‘Sanitäter’. Daar had hij een hoeveelheid medicijnen verzameld. Ik was er beroerd aan toe, maar dankzij de medicijnen die ik van hem kreeg, heb ik het transport overleefd. Kort na aankomst werd hij ziek en is hij gestorven.” La Croix overlijdt in het commando van de Heinkel-Werken in Oranienburg.

Emotionele waarde

Tineke Wibaut schreef in het boek: “Portretten met een zeer grote emotionele waarde, een levensteken vaak voor vrouw en kinderen thuis. (…) Soms lukte het om de tekeningen het kamp uit te krijgen. Soms werden ze ontdekt en door de bewaking in stukken gescheurd, of ze raakten zoek in de chaos van een transport. Zeker is dat maar een klein deel van alle getekende portretten boven water is gekomen en door ons kan worden tentoongesteld.”
Kunstenaars zoals Johan van Zweden, Frits van Hall, Reinhart Dozy en Chris Lebeau werden vaak tewerkgesteld bij het Philips-Kommando, waar zij werkten op de ‘tekenkamer’. Wibaut: “Naast de opdrachten die ze van Philips krijgen blijft het portretteren van medegevangenen een uitstekende afleiding. Bezig zijn op je vakgebied, op die manier is het leven in het concentratiekamp Vught wel vol te houden.” Johan van Zweden wist een eigen atelier te regelen. “In een lege barak kreeg ik toen de voorste ruimte met twee ramen en als ik wat nodig had, dan mocht ik gaan zoeken in de barak waar alle gestolen goederen van joden lagen. Daar heb ik een complete atelierinventaris uitgesleept”, vertelde hij na de oorlog in een interview.

Vughts Kamp Orkest

In het voorjaar van 1943 wordt op bevel van de commandant, Karl Chmielewski, een amusementsorkest opgericht, het Vughtse Kamp Orkest. Een joods ensemble bestaande uit professionele krachten. Het orkest staat onder leiding van Martin Roman, een bekend bandleider. De musici hebben een speciale status. Het werkcommando waarbij ze zijn ingedeeld, bestaat uit muziekdienst: overdag repeteren en regelmatig uitvoeringen geven in barak 13, compleet met decors en garderobe. Joodse decorateurs hebben hun uiterste best gedaan de barak gezellig aan te kleden, de akoestiek laat niets te wensen over. De gevangenen hebben het gevoel een avond uit te gaan, men kleedt zich er voor om en de dames maken ‘groot toilet’. Het is voor gehuwde en verloofde paren een mogelijkheid een aantal uren bij elkaar te zijn. Ook de SS bezoekt regelmatig de voorstellingen.

Foto’s: portret Willy la Croix door W. Adolf (foto Jan van de Ven); programma van uitvoering in Kamp Vught; afbeelding uit boek ‘Vught…Poort van de hel : Oorlogsherinneringen van een jood’ (pag. 47); Pieter Dolk, getekend door Paul Hartland.