Alles ging aan flarden

19,99

Categorie:

Beschrijving

Op 22 maart 1943 dringen twee jodenjagers het huis binnen van Klaartje en Joseph de Zwarte. Op de balkons van de Tweede Oosterparkstraat in Amsterdam, waar zij wonen, zitten mensen in de zon, het is een doordeweekse dag, het is de dag dat Klaartje de Zwarte-Walvisch en haar man Joseph meegesleurd worden naar de Hollandsche Schouwburg en vervolgens naar Kamp Vught. Vandaar gaat Klaartje naar Kamp Westerbork. “Ik stond duizend angsten uit, want in mijn grote tas had ik, tussen de voering genaaid, al mijn notities, die ik in Vught geschreven had.” Haar echtgenoot Joseph wordt later gedeporteerd en zijn spoor verdwijnt ‘ergens in Polen’. Dit unieke dagboek eindigt na haar aankomst in Westerbork in juli 1943; Klaartje wordt in vernietigingskamp Sobibór vermoord.
In het dagboek noteerde Klaartje: “Ik hoop vurig dat alles wat ik hierin heb geschreven nog eens de buitenwereld zal bereiken.” Zij gaf het dagboek in Westerbork aan haar zwager Salomon de Zwarte, die de oorlog overleefde. Zijn dochter schonk het in 2003 aan het Joods Historisch Museum.
Pas in 2011 is Klaartje na uitgebreid onderzoek als auteur van het dagboek geïdentificeerd. Journalist Ad van Liempt, een van de ontdekkers van het dagboek: “Je zou kunnen zeggen dat Klaartje de Zwarte begint met schrijven, waar Anne Frank moest ophouden: bij haar arrestatie. En de manier er waarop ze verslag doet is af en toe letterlijk adembenemend.”
Het boek verscheen bij Uitgeverij Balans in 2011 en is aangepast herdrukt in paperback, 207 pagina’s, ISBN 9789460032189.
Bekijk een deel van het originele dagboek.