Herinneringen aan kinderen in Kamp Vught

Vanaf 5 juni wordt elke dag één een kind, dat weggevoerd werd vanuit Kamp Vught naar Sobibor middels een persoonlijk voorwerp uitgelicht op deze pagina. Eerst leest u meer over de proclamatie, waarmee de kindertransporten bekend werden gemaakt. Bij de datum van 10 juni leest u een brief van een gevangene in het kamp aan haar echtgenoot.
Lees meer over de herdenking van zondag 10 juni.

Proclamatie

Het is begin juni 1943. In Kamp Vught gaan de geruchten dat de zwaarste dagen van het kamp komen en er weer een transport gaat vertrekken. Men probeert erachter te komen wat er gaat gebeuren, maar mensen die het weten zeggen niets. Toch wordt het bij een klein aantal bekend: de kinderen moeten weg! Zij zijn diep geschokt en kunnen het niet geloven. Ze proberen zich te troosten met het feit dat het een gerucht is en geen officiële mededeling.
Maar het officiële bericht komt, in de vorm van een proclamatie. Op zaterdag 5 juni wordt ’s avonds bekend gemaakt dat alle kinderen van 0 tot 16 jaar het kamp moeten verlaten. De volgende dag al moeten de kinderen van 0 tot en met 3 jaar met hun moeders vertrekken, de dag daarna de kinderen van 4 tot 16 jaar (uit: Joodse kinderen in het kamp Vught, Janneke de Moei, herziene derde druk 2017). Beeld: collectie NIOD.
Lees hier meer over het boek van Janneke de Moei.

6 juni: Roosje Mozes

Roosje Mozes en haar zus Martha spelen viool en mandoline. Roosje en Martha zitten beiden in Kamp Vught. Wanneer Roosje op transport moet, blijft Martha in kamp Vught achter. Roosje wordt vermoord in Sobibor op 11 juni. Zij werd 15 jaar. Martha overleeft de oorlog.
Lees meer over Roosje en haar familie op het Joods Monument.
Het verhaal van Roosje is opgenomen in ons educatief aanbod ‘Kamp Vught in de klas’.

7 juni

In het poëziealbum van Catharina (Toosje) Stuijfzand schrijft Mimi Rosenbaum op 3 april 1943 een versje‘ voor haar vriendinnetje: ‘twee open oogjes, lachende mond. Blozende wangen, fris en gezond.’
Op 7 juni 1943 gaat Mimi vanuit Vught op transport naar Sobibor; zij werd 13 jaar.
Lees meer over Mimi en haar familie op het Joods Monument.

8 juni

Dit zijn de kleurkrijtjes van Betje Blog. Op het doosje heeft Betje haar naam geschreven en davidsterren getekend. Als zij naar Vught moet, geeft ze dit kostbare bezit aan haar buurmeisje die het voor haar bewaard heeft. Betje was 11 jaar toen zij in Sobibor werd vermoord.

9 juni

Dit is Daatje Frank uit Orthen met haar lievelingspop. Als de familie Frank naar Kamp Vught moet, vraagt Daatje haar buurmeisje voor haar pop te ‘zorgen’. De pop en het poppenstoeltje geeft zij aan haar buurmeisje (collectie: mevrouw Buis-Bijl). Daatje werd 7 jaar.
Bekijk Andere Tijden: De andere familie Frank (4/5/2008).

10 juni

Annie Vrachtdoender-Granaat is een jonge joodse vrouw, die in het kamp als kindermeisje werkt. Haar echtgenoot Maup (Maurits) werkt aan de Moerdijk. Samen met andere joodse mannen werkt hij daar aan de bouw van verdedigingswerken.
Annie en Maup schrijven heel veel clandestiene briefjes aan elkaar. In een brief van 10 juni 1943 schrijft Annie over de transporten van moeders en kinderen, die zondag en maandag vanuit het kamp zijn weggegaan.

Deze objecten zijn opgenomen in de collectie van Nationaal Monument Kamp Vught; foto’s Jan van de Ven.