Herdenking 4 mei

Bekijk hier de herdenking van 4 mei 2021:

Voor het tweede jaar maakte Nationaal Monument Kamp Vught een speciale herdenkingsuitzending als alternatief voor de publieke 4 mei-herdenking, gepresenteerd door journalist Theo Verbruggen en op 4 mei uitgezonden bij Omroep Brabant.

Marie Verbraeken (1921) is geïnterviewd bij haar thuis in Westzaan. In de oorlog werd Marie koerierster voor het verzet; ook bood het gezin hulp aan onderduikers. Na verraden te zijn, kwam ze in september 1943 terecht in gijzelaarskamp Haaren, waar ze drie van de vijf maanden alleen in een cel verbleef. Begin maart 1944 werd Marie overgeplaatst naar Kamp Vught, waar ze twee maanden gevangen werd gehouden. De inmiddels 100-jarige Marie verzorgt nog steeds gastlessen voor scholen. “Sommige kinderen vragen me weleens: ‘Haat u de Duitsers?’ Dan zeg ik altijd: ”Nee, want haat heeft nog nooit iets opgelost.”

Ook was er een bijdrage van acteur, zanger en schrijver Joost Prinsen. Zijn wieg stond in 1942 in Vught, niet ver van waar kort daarna het concentratiekamp in gebruik zou worden genomen. Hij haalde herinneringen op  uit zijn jeugd, die hem bewust maakten van zijn eigen vooroordelen.
Kleinkunstenares Willemijn Smeets zong het lied ‘Muren’, dat zij eerder schreef voor Nationaal Monument Kamp Vught.
Rosalie Beijerink en Pleun Fieten, leerlingen van het Vughtse Maurick College, zijn onlangs verkozen tot jeugddorpsdichters van Vught en droegen samen het gedicht ‘Elk jaar zijn we even stil’ voor.

Directeur Jeroen van den Eijnde sprak het memorandum uit, waarin de slachtoffers van de oorlog en in het bijzonder van Kamp Vught worden herdacht. Een kleinzoon en achterkleindochter van Herman Alers, die gefusilleerd werd in Kamp Vught, legden symbolisch een gezamenlijke krans, namens alle betrokkenen. Ook dit jaar leidden twee tamboers van het Sint Catharinagilde uit Vught de kranslegging en de twee minuten stilte in.

We kregen veel reacties op onze oproep ‘Leg een bloem’; op de asputten zijn 320 bloemen gelegd. Dank je wel!Foto homepage: Jan van de Ven; foto onder: Monique van den Brink