9 november 1943

“Komst Rauter. Wij maken alles klaar voor zijn komst. Persoonlijke zaken netjes gekamoufleerd. Maar als Rauter komt blijkt hij zich niet bewust te zijn speciaal op een joodse afdeling te wezen. Want hij vraagt iemand of ze al lang zit en misschien wegens Jodenbegunstiging.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)