8 juli 1944

“Om half zeven klonk weer driftig bellen in het kamp; iemand kwam ons zeggen, dat we (…) moesten aantreden voor het morgenappèl. Toen we buiten kwamen lag de appèlplaats voor ons, waar naar schatting een paar duizend man, nagenoeg allen in gestreepte gevangenispakjes, in groepen van een paar honderd man, stonden opgesteld en aangetreden als in militaire dienst (…) Het droevigste van deze vertoning kwam op ’t eind, toen al die gestreepte gevangenispakjes moesten ‘defileren’ op klompen (…) met de handen plat tegen de benen, terwijl de afgerichte hond van de ‘Lagerführer’ naar handen hapte, die niet stil gehouden werden”.

(Oud-gevangene F.M. Gescher, Het helse einde van Vught)