5 januari 1944

“Wij liepen langs de vrij brede straat, die leidt tot de poort in het gebouw van de ‘Kommandantur’; onder die poort door gingen wij naar het gebouw, waarin zich allerlei belangrijke afdelingen bevonden: ‘Schreibstube’, badinrichting, Urkundenstelle’, ‘Effectenkammer’, ‘Bekleidungskammer’, enz., waar wij eerst ons geld en onze kostbaarheden (horloges, ringen, vulpennen, vulpotloden, enz.) moesten afgeven. Vooral mijn trouwring vond ik erg te moeten missen; dien mocht men zelfs in Scheveningen houden.”

(Oud-gevangene R.P. Cleveringa)