30 september 1943

“In het concentratiekamp bezit je heel weinig, je kunt wel zeggen: niets. Toch beschik je, na verloop van tijd, wel over een paar dingen. Die draag je bij je en neem je mee naar bed. Alleen bij een kledingcontrole mag je weer niets bij je hebben en onder je matras mag ook niets liggen: wat kunnen mensen het elkaar moeilijk maken.”

(Uit: Ondergedoken politie gestraft)