3 februari 1944

“Eindelijk komen ze. H.(immler) voorop. Een klein, onaanzienlijk, nogal goedmoedig uitziend mannetje. Hele hoge pet, snorretje en een kleine bril. Ik denk: als men alle ellende en gruwelen aan één (persoonlijkheid) zou willen hechten, moet dat aan de zijne zijn…….. Rondom dit bezoek dat een groot succes geworden is, en in alle geval voor ons geen nadelige gevolgen heeft, hebben we alsmaar pap, erwtensoep gehad. Het werd een moment duidelijk hoe het eten hier diende te zijn. Daarna is het weer even dun, onsmakelijk en weinig geworden als altijd.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)