29 februari 1944

“…toen moest ik mijn plaats (…) weer ruimen en het kamp weer in. Ik voelde mij toen weer best, (…) alleen als ik van lichaamshouding wisselde, overviel het [hoesten] mij, dus meestal als ik opstond of weer ging liggen.”

(Oud-gevangene R.P. Cleveringa)