23 juli 1944

“… ik hoor zulke fabelachtige berichten dat ik heus optimistisch ga worden. We durven er geen van allen aan te geloven, dat we gauw naar huis gaan, maar als we de zaak louter en alleen met ons verstand bekijken moeten we er wel haast aan geloven. Oh, het is zo hard nodig dat er een eind aan komt (…) De spanning is zo enorm groot. Het gekke is dat je nu ook last krijgt van vroegere spanningen. Alle narigheid van het proces e.d.. Je begint ook hoe langer hoe meer te beseffen wat er gebeurd is.”

(Oud-gevangene T. Wibaut-Guilonard)