22 mei 1943

“Elke dag komt hier achter over de dijk ’s morgens een troep joden langs die dan ’s avonds weer terug gaan naar het kamp in Vught. Je hart schreit als je dat aanziet. Ze moeten heel vlug lopen, een soort snelwandelen. Soms, als het niet vlug genoeg gaat, moeten ze op een drafje lopen. Dan fietst een der begeleidende soldaten naar voren en trekt de voorste eens hard aan zijn oor of stoot hem met het geweer in de rug. (…) Vorige week was er een bij, die werd door vier anderen op de schouders gedragen. Kon zeker niet meer lopen? Dat was pas ’s morgens toen ze gingen.”

(Dagboek mevrouw Verhees, ’s-Hertogenbosch)