22 juli 1944

“Met dat al bleef de zucht naar vrijheid natuurlijk groot. En ziedaar: opeens was het zover!
Als men mij die ochtend had voorspeld, dat ik ’s avonds vrij zou zijn, had ik het niet geloofd. In de eerste plaats niet, omdat ik reden meende te hebben aan te nemen dat wij tot het eind van den oorlog zaten (…), maar bovendien, omdat ik den avond van den 21sten een lijstje met vrijlatingen voor de volgende dag ontving (…) waarop wel (…) F. stond maar niet ik. En ziet, daar omstreeks half tien komt S. binnen, smoest met D. en geeft hem een papiertje; waarop D. met uitgestoken hand naar mij toe komt en zegt: ‘Ik feliciteer je’. Hij legt mij het papiertje voor; en tot mijn stomme verbazing zie ik dat alle elf Leidse gijzelaars naar huis gaan!”

(Oud-gevangene R.P. Cleveringa)