21 juli 1943

“Mijn zin is dun en droef als het geluid
van vlagen rukwind en van klaterregen
en mijn gedicht? God weet wat het beduidt—
De diepste dingen worden toch verzwegen
En toch: misschien is het de tederheid,
Waarmee ik af en toe een vers verbeid
Die mij verhindert hier totaal te stikken.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)