20 april 1943

“Vanmiddag mijn moeder heel lang gesproken. Ook de vrouwen zijn nu ontluisd. Een paar oude vrouwen zijn erin gebleven. Ook nogal wat kindertjes. Ik weet niet of de luizen er veel last van hadden. In elk geval heeft S. staan kijken. Moeder heeft zich evenwel erg flink gehouden (…) Zij is van een verbeten kracht, daarom heb ik ook de moed sommige dingen tegen haar te zeggen (…) Zij gelooft dat wij er levend vanaf komen. Is alleen bang dat wij er psychisch iets van over houden.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)