19 december 1943

“Ik liep tussen barak 41 en 42, in een milde, mistige lucht. De bomen glinsteren. Bij elke ademteug voelt men de wereld ruimer en zich zelve vrijer. Er liggen op de weg gladde ijsplekken en fijn en scherp hangt het ijs aan de kozijnen.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)