18 maart 1944

“Zondag, maandag en dinsdag waren zo gelukkig (…) Maar ja, zoiets is mensen maar één keer geven. Wat denkt de mens al niet? Hoe het allemaal gelopen is en wat je verkeerd gedaan hebt – dat je toch maar uit de trein had moeten springen – en dat je je toch zo ver hebt laten krijgen om stomme verklaringen af te leggen – dat je eruit wilt – maar dat je het zelf wil doen; je vrienden mogen voor jou niets wagen. Het is zo al erg genoeg, en dat je een vrouw en kinderen hebt en dat je wilt leven verdomme. Zo gaat het. Och, ik ben maar zo’n heel gewoon mens, jullie mogen mij nooit idealiseren.”

(Oud-gevangene J. Westerweel)