18 augustus 1944

“Met nog twee andere gevangenen hebben we in de nacht kans gezien te ontsnappen. Tegen middernacht zijn we met z’n drieën via een raam van onze barak naar buiten geklommen. We droegen allen een gestreepte kampbroek. Bij een plek die we hadden uitgekozen, is het ons gelukt het zand onder de tijdelijke afrastering weg te graven. Steeds weer onder bielsen wegschuilend zijn we heel lang met dat karwei bezig geweest. Toen we juist weer eens onder de bielsen weggekropen waren, liep er een schildwacht boven onze hoofden. Dat deze man ons niet in de gaten heeft gehad, is onvoorstelbaar. Buiten kwamen we in de bossen terecht.”

(Oud-gevangene J. Vrij)