17 mei 1943

” Ik schrijf maar weer kaartjes voor Barber, die inderdaad moet hangen, die uitdrukking is toch niet zo verkeerd (…) komt achter mij staan en zegt: bent U al klaar meneer Koker en dan word je helemaal geagiteerd. Hij heeft een eigenaardige grover manier iemand op zijn fouten te wijzen, heeft iets onbetrouwbaars in de blik en is volmaakt oncapabel. Heb je iets gesorteerd, dan gooit hij het weer in de war en maakt je vervolgens de heftigste verwijten, omdat de zaak niet goed is.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)