16 juli 1944

“Echte zondagsrust hier. Zoëven was er een klein klandestien kerkdienstje van de oudjes. Allemaal bibberstemmen zingen de psalmen. De naaikamer is net een tehuis voor ouden van dagen (…) Alle invaliden zitten ook hier. Het is heus niet zo ongezellig maar dat die mensjes vaak een uur of langer op appèl moeten staan, ’s ochtends staan ze nooit korter dan drie kwartier, dat is verschrikkelijk. En dan worden ze gecommandeerd door een meisje van 19. Dat speelt nu n.l. voor Oberaufseherin. Het is verschrikkelijk als je daarbij staat(…) de keren dat ze zo’n oudje afbekt sta je met gebalde vuisten op je tanden te bijten(…) Ja, je leert je hier enorm beheersen.”

(Oud-gevangene T. Wibaut-Guilonard)