16 januari 1944

“Niemand weet hoe lang het duurde voordat de deur van cel 115 wéér openging. Met de stinkende walmen verdween ook de ergste duisternis uit onze cel. De paniek maakte plaats voor verbijstering. Een verbijstering die ons ons hele leven bij zal blijven. In het midden was een grote berg van vrouwen. Daaromheen stonden en hingen vrouwen die totaal onherkenbaar waren. De meesten halfnaakt met kletsnatte haarslierten en vreemd verkleurde gezichten. Een plaats bij een muur bleek je redding te zijn geweest.”

(Oud-gevangene T. Wibaut-Guilonard over het ‘bunkerdrama’)