16 april 1943

“Voelde me ellendig. At niets anders dan wat geroosterd brood en wat havermout, die ik met veel moeite op de kachel warm kreeg. Men moet zijn pannetje dan verdedigen tegen tallozen, die beweren oudere rechten te hebben. Men moet dan zo lang staan, dat men aan het eind geheel duizelig wordt.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)