15 februari 1943

“Naast mij zit een Duitse jood, die aangegeven is in de Marnixstraat door de man bij wie hij zou schuilen en wien hij zijn geld gegeven had, een zakenrelatie die bij hem at. Zijn vrouw ligt nu in het ziekenhuis, polsader door.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)