14 oktober 1943

“Alle haren runter! (-alle haren moeten er af-). Even getroffen, maar deze dingen zijn zo onontkoombaar, dat men er na enig aarzelen maar schaterend middenin springt. …. liet zijn haar met een kleermakersschaar afknippen en nabewerken met een tondeuse. Ik wachtte nog de hele dag. Het is al eens meer gebeurd, dat de mensen werden kaalgeschoren en dat er in de loop van de dag een tegenorder kwam.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)