14 augustus 1943

” Inmiddels hebben eerst de vrouwen ’s avonds en later ook wij, bonen moeten doppen. Voor de Hero, die zelf kwam kijken. Wij zijn heel boos. Maar zoals boze mensen trouwens plegen te doen, zongen wij heel hard (…) De volgende ochtend en ook zondagmiddag dopten wij in de keuken en hadden ons rantsoen een uur voor de tijd klaar. En voelden ons heel flink. R. die terug is, schijnt ruzie gemaakt te hebben over dit werk, ‘avonds en op zondag. Heeft buitenkommando’s teruggehouden om te doppen in plaats van anderen.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)