12 mei 1944

” Eens per week mochten wij een pakje ontvangen; dit was een voorrecht in vele opzichten. ( …) Die pakjes betekenden voor ons meer dan wat noodzakelijke aanvulling op het kampeten, wat roken, wat lekkernijen! Zeker: die pakjes waren hard nodig om in leven te blijven, want het eten van thuis en het roken hield ons er bovenop. Maar ze hadden ook grote betekenis om er geestelijk bovenop te blijven! Ik heb een kerel als een boom, een vroegere bokser, zien huilen als een kind toen hij het pakje ontving, waarvoor zijn vrouw voor het eerst weer, – zij had in het ziekenhuis gelegen- het adres had geschreven!”

(Een oud-gevangene van Kamp Vught)