11 oktober 1943

“Wij zijn gehuisvest in onze ‘stallen’, waar het smerig is, lawaaiig en onvriendelijk. En waar men ’s avonds van louter doelloosheid maar op zijn bed kruipt. Daar maken we dan maar een beetje pret, (-zo een verdriet hebben wij-) of zingen een lied.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)