11 januari 1944

“Er heerst grote opwinding in het kamp. J., een Rijksduitse vrouw die in Vught terechtgekomen is doordat zij bij een ruzie met hooggeplaatste Duitsers de Führer en de Wehrmacht heeft beledigd, heeft een ex-medegevangene aangegeven wegens hulp aan Joden en onderduikers. Ze is in de barak een vreemde eend in de bijt, zeurderig en heel onplezierig in de omgang en volstrekt onbetrouwbaar. Zij wordt door een twaalftal vrouwen voor straf in haar bed met emmers water overgoten. Later op de avond geeft ze haar verraad toe aan N.V. [die haar dreigt] het haar af te zullen knippen als ze opnieuw verraad pleegt J. dient een aanklacht in wegens mishandeling en noemt de naam van N.V..”

(Oud-gevangene T. Wibaut-Guilonard)