10 april 1943

“Er kwam een tijd dat wij, ná onze dagtaak op het atelier, spercieboontjes moesten afhalen voor een conservenfabriek, zoals ons werd gezegd. Wij deden allen iets meer dan onze eigen taak – wij verdeelden namelijk het werk dat de vrouw van Bob Scholte had moeten doen. Zij zelf leidde de samenzang. Allerlei toen bekende liedjes kregen een beurt, voorwaar een steun bij het werk en een afleiding uit onze rondtollende gedachten.”

(Oud-gevangene Carla van Lier, Schroeiplekken)