1 juli 1943

“Van de week aan tafel: ik tegenover Dr. R. van de Joodse Raad. Iemand geeft hem een verzoek om pakketjes. Hij grijnzend: ach, laat maar. Het antwoord is overbodig meneer. En ik: waarom? Komen er geen pakjes meer? Hij: ach, die komen er misschien nog wel, maar (nog meer grijnzend) morgen gaan er 1600 man weg. Even stil. Hij ziet er uit als een grappenmaker. Op een snoevende toon: alles wat niet in de industrie werkt, meneer. Alle kinderen, de hele Moerdijk, de hele registratielijst. Wij geloven het nog niet. Hij vertelt het met teveel plezier. Ik eet rustig mijn warm eten op (…) ga op weg en krijg het bericht door W. bevestigd.”

(David Koker, Dagboek geschreven in Vught)