Archieven uit 1945 worden openbaar

Journalisten, historici en belangstellenden kunnen vanaf januari 2021 nieuwe archieven raadplegen. Voor archieven met een openbaarheidsbeperking van 75 jaar valt het jaar 1945 vrij; een beladen jaar van oorlog en bevrijding, van armoede en honger. Een traumatisch jaar ook, waarin de meeste slachtoffers zijn gevallen onder de bevolking. Een van de belangrijkste archieven die dit jaar openbaar worden, is het archief van het Militair Gezag (MG). Hieronder kun je een verhaal over het interneringskamp Vught lezen, waarvoor het Brabants Historisch Informatie Centrum in ‘s-Hertogenbosch archiefonderzoek heeft gedaan.

Schokkend ontslag uit Kamp Vught

6 april 1945. Een noodkreet vanuit Kamp Vught belandt op het bureau van de inspecteur van de gemeentepolitie Vught. Alle Vughtse geïnterneerde vrouwen verzoeken met klem ontslagen te worden uit het kamp, waar de gezondheidstoestand veel te wensen over laat. Sommige vrouwen hebben geluk en mogen inderdaad huiswaarts gaan, maar de Vughtse bevolking is ‘not amused’
Lees hier de brief (klik om te vergroten):

Vanaf het najaar van 1944 werd het voormalige concentratiekamp Vught in gebruik genomen door het Militair Gezag, die de openbare orde en rust in Nederland moest herstellen. Kamp Vught werd een interneringskamp voor duizenden ‘foute’ Nederlanders, die bijvoorbeeld lid waren geweest van de NSB of hadden samengewerkt met de Duitsers.

Radeloos

De vrouwelijke gevangenen uit Vught zien hun situatie met de dag verslechteren en een half jaar na hun arrestatie richten ze zich tot de inspecteur van de gemeentepolitie. Ze worden ‘radeloos’ van onzekerheid over hun lot, zeker gezien een vermoedelijke overbrenging naar Maastricht hun boven het hoofd hangt. De slechte gezondheid van de vrouwen baart hun nog de meeste zorgen, zo lezen we in de brief: “De gezondheidstoestand van ons vrouwen is heel erg – daar wij allemaal in 6 of 7 maanden geen menstruatie hadden, en zich nu daarvan de ergste gevolgen voordoen.” Ook de impact op de gezinnen wordt natuurlijk aangehaald. Vele kinderen hebben het afgelopen half jaar hun moeders al moeten missen en wie weet hoe lang het nog gaat duren?
De vrouwen menen dat ze het ‘volste recht’ hebben op ontslag of anders in elk geval huisarrest, totdat de zaken afgewikkeld zijn. Tot slot wordt de Vughtse bevolking de schuld in de schoenen geschoven en hopen ze op die manier hun vrijlating te bewerkstelligen: “Laat eindelijk het recht eens zegevieren en laat u niet meer beïnvloeden door alle mogelijke lasterpraatjes en buren haat en nijd, waardoor toch de meeste van ons hier terecht gekomen zijn,” aldus de vrouwen zelf.

Militair Gezag

Een kleine maand later vinden we in het archief van het Militair Gezag een brief van een hevig geschokte militaire commissaris van ’s-Hertogenbosch. Per toeval kwam hij erachter dat er maar liefst negentien geïnterneerden uit Kamp Vught werden ontslagen: “Het ontslag van eenige vrouwen uit het kamp heeft – m.i. zeer terecht – geleid tot ernstige verontwaardiging bij de overigens rustige plaatselijke bevolking.” De ontslagen vrouwen hadden baby’s of waren meer dan zeven maanden zwanger.
Waarom al deze ophef? Volgens de commissaris hadden deze vrouwen nogal wat op hun kerfstok. In zijn brief somt hij enkele voorbeelden op. Zo hadden meerdere dames relaties met Duitsers, kregen sommigen kinderen van SS’’ers of waren zij simpelweg “uit militair oogpunt gevaarlijk te achten.” Eén van de vrouwen bood bovendien onderdak aan ‘De Kin’, een beruchte politieman die in de omgeving van Den Bosch jacht maakte op onderduikers.

Huisarrest

Van echte vrijlating was overigens geen sprake; de vrouwen kregen huisarrest opgelegd en mochten geen bezoek ontvangen. Volgens de commissaris waren deze maatregelen niet te handhaven door de toch al overbelaste recherche.
De commissaris kan en wil geen verantwoordelijkheid nemen voor de getroffen maatregel en vreest voor de gevolgen. Hij besluit zijn brief als volgt: “Nu raakt men geleidelijk de noodige controle op deze lieden kwijt, zoodat er kans bestaat, dat zij na eenige adresveranderingen, weer ongemerkt in de maatschappij terugkeeren, waar zij zeker voorshands niet thuis hooren.”

Uit het archief van de Gemeentepolitie Vught (toegangsnummer 5109, inventarisnummer 619) en het archief van het Militair Gezag (toegangsnummer 127, inventarisnummer 138); tekst Lisette Kuijper, BHIC.

Als gevolg van de lockdown is de studiezaal van het BHIC in ieder geval t/m 9 februari gesloten.

Tip: in de vaste expositie ‘Als muren konden spreken’ in barak 1B van NM Kamp Vught wordt de periode van het interneringskamp belicht (geopend vanaf 10 februari, onder voorbehoud).