Oproepen
Wie kent Joseph Nicolaas Beek, broer van de onderwijzer Philip Beek, over wie David Koker in 'Dagboek, geschreven in Vught' op 18 februari 1943 schrijft (Uitgeverij Van Oorschot, 1977). Volgens het Joods Monument is Joseph geboren in Bussum op 18 september 1921 en is hij overleden in Sobibor op 9 juli 1943. Als er overlevenden zijn die hem kennen, verneem ik graag van u. Alvast bedankt, Paul Beek.
Vughtse Reeks op zoek naar herinneringen over Joodse oorlogsslachtoffers
Het echtpaar Einhorn-Veit, Boxtelseweg 2a en later Ploegstraat 41
Het echtpaar G. Follender-Vos, Marggraffstraat 1b
De heer M. Frankenthal, Helvoirtseweg 33
Mevrouw Helene van der Gaag-Krug, Voorburg
De familie Ph. Koperberg-Wijnbergen (kinderen: Emilie en Jettij), Van Beresteynstraat 8
De heer J. Leefm ans, Boslaan 1b
De heer M. van Leeuwen, Voorburg
De heer M. Levy, Zuidoosterlaan 9
Mevrouw Mina Marx-Stibbe, Bréautélaan 1d
Het echtpaar O. Michaelis-Azijnman, Hotel De Hut, Loonsebaan 115 en Marggraffstraat 1b
Mevrouw Ottilie Neuburger-Veit, Boxtelseweg 2a en Voorburg

De heer J. Papanek, Van de Pollstraat 38
De familie B. Philips-Boas (kinderen: Heleen, Hans en Fanny - foto), huize Muijserick, Taalstraat 24 en Helvoirtseweg 33
D familie J. Schepp, Esscheweg 59 en
De familie M. Trompetter-Hammelburg (kinderen: Henri en Nico), Wilhelminalaan 19
Wie herinneringen heeft aan één of meer van deze personen, of in het bezit is van foto’s, kan contact opnnemen met Henk Smeets (Vughts Museum, 06-53318751) of Jeroen van den Eijnde (Nationaal Monument Kamp Vught, 073-658 7061).
Foto v.l.n.r.: Fanny (1923), Heleen (1917) en Hans Philips (1920)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd door de Duitse bezetter een spoorlijn aangelegd die aftakte van de lijn ‘s-Hertogenbosch-Tilburg en over de Vughtse heide uiteindelijk uitkwam in Kamp Vught. In de omgeving van het herinneringscentrum zijn de sporen van deze spoorlijn nog nauwelijks te zien. Nationaal Monument Kamp Vught heeft plannen om op een of andere wijze delen van dit spoortracé weer zichtbaar te maken in het landschap. Bijvoorbeeld door op enkele plekken een stuk rail terug te leggen, met informatie over de geschiedenis van deze spoorlijn. Momenteel is Nationaal Monument Kamp Vught op zoek naar informatie en vooral foto’s.
Via de spoorlijn werden vliegtuigwrakken aangevoerd die in het kamp gedemonteerd moesten worden. Ook zijn er drie transporten via deze lijn vertrokken naar Auschwitz, Sachsenhausen en Ravensbrück. We weten dat zeker tot eind jaren veertig de spoorlijn nog in het landschap aanwezig is geweest. Vughtenaren gingen wandelen op de Vughtse heide en lieten zich soms fotograferen op of bij de lijn. Althans, dat kunnen we vaststellen op basis van de tot nu toe enige foto waarover wij beschikken. Zeer graag zouden we méér van dit soort beelden hebben en willen gebruiken. Hebt u meer informatie of foto’s? Reacties graag naar: info@nmkampvught.nl t.a.v. Jeroen van den Eijnde, of bel (073) 658 7061/665 6764.
Foto: Vughtenaren bij spoorlijn (foto: mevrouw N. de Jong-Spoor)
Hendrik Westland
Ik ben een onderzoek begonnen naar het oorlogsverhaal van mijn schoonvader Hendrik (Hennie) Westland uit Ede. Hij heeft gevangen gezeten in kamp Vught van 19 maart 1943 en vertrok met onbekende bestemming op 26 januari 1944. Hennie Westland zat gevangen in het Schutzhaftlager van 19 maart 1943 tot 25 augustus 1943, blok 18 nr. 5736; Polizeiliches Lager van 25 augustus 1943 tot 26 januari 1944, blok 15 nr. 505.
Wie weet iets van hem? Mijn schoonvader heeft nooit over zijn oorlogstijd kunnen spreken. Ik ben blij met ieder klein puzzelstukje van zijn verhaal en dankbaar voor uw antwoord.
Gert Hemstede of 0318-842 908/06-8322 3333.
Het AGFA Kommando
Ik doe onderzoek naar de vrouwen die via Ravensbrück in een buitencommando van KZ Dachau in München terechtkwamen. Hi
ervoor kom ik graag in contact met nabestaanden. De ongeveer tweehonderd vrouwen vormden bijna een derde deel van de vrouwen die in september 1944 vanuit Vught op transport naar Duitsland gingen. Veel van de vrouwen hielden na de oorlog contact met elkaar, onder andere in de stichting Vrouwen Comité Dachau. Dit comité werd 31 mei 2000 opgeheven; ik begon mij drie jaar later voor de groep te interesseren. Uitgangspunt was een schoenendoos met spullen uit de kamptijd van mijn moeder. Het belangrijkste object in mijn verzame-ling, van persoonlijk belang, is een bericht van mijn moeder met de titel De Bijbel in het concentratiekamp. De voornaamste herinneringen van algemeen belang zijn de ongepubliceerde memoires van Kiky Gerritsen-Heinsius. Lees hier meer over het voorlopige resultaat van het onderzoek.
In 1947 was er een reünie van het AGFA Kommando. Bekijk hier de groepsfoto. Kent u een van deze vrouwen?
Bent u nabestaande of kunt u mij op een andere manier verder helpen bij mijn onderzoek? Dank voor uw reactie!
Jan van Ommen
Foto: een van de weinige foto’s van deze groep vrouwen in Duitsland (foto Gedenkstätte Dachau)
Ik ben op zoek naar informatie over mijn oom, de broer van mijn moeder, Annette Petronella Davidson. Levie Davidson is geboren in Amsterdam op 23 februari 1927. Zijn laatst bekende woonadres in Amsterdam was Valeriusstraat 192. Op 26 maart 1943 is hij ondergedoken maar waarschijnlijk verraden. Hij is op 6 of 7 mei 1943 aangekomen in Kamp Vught. Hij had nummer 8408. Op 11 of 12 september 1943 is hij naar Kamp Westerbork gevoerd en op 16 november 1943 naar Auschwitz. Op de namenlijst van Auschwitz.nl staat dat hij op 31 maart 1944 zou zijn overleden.
Via International Tracing Service (ITS) heb ik een kopie gekregen van de persoonskaart van Kamp Vught met zijn gegevens. Daar staat op ook nog dat hij kok zou zijn? Verder weet ik niets over mijn oom. Mijn moeder was er zeer zwijgzaam over. Foto’s zijn er helaas ook niet. Graag uw reactie naar mevr. Mathilde van Osnabrugge.
Ik ben alles van de heer Arnold Stanowsky aan het uitzoeken namens zijn drie kleinkin
deren. De heer Stanowsky (1901 te Rotterdam - 1982 te Amsterdam) was van oktober 1943 tot april 1944 in Kamp Vught gevangen in Konzentrationslager blok 18b; zijn nummer was 7365. Zijn schoonmoeder heeft in die tijd contact gehad met een bewaker uit Tilburg. Arnold Stanowsky was fout in de oorlog en zou na de oorlog ook nog in Vught in het interneringskamp gedetineerd zijn. Het verhaal gaat dat zijn zoontje bij hem heeft gezeten (de periode na de oorlog), maar of dit klopt kan ik niet achterhalen. Wie kan mij hierover meer informatie geven? Graag uw reactie naar de heer Mari Kant.
Ik ben op zoek naar mensen, die mij misschien iets kunnen vertellen over het lot van mijn vader. Het gaat om W.M. Flim, huisarts in Leiden, is opgepakt omdat hij in het verzet zat. Overgebracht naar Scheveningen Oranjehotel, daarna naar Vught en vandaar uit naar Duitsland. Bij de bevrijding zat hij op een Duits schip om naar Nederland terug te gaan. Dat schip is door de Engelsen gebombardeerd in de golf van Lubeck. Hierbij is mijn vader omgekomen. Mijn adres is Marianne de Blocq van Scheltinga-Flim, (071) 5801977.
Wie kent Aron Beek, gevangen in het Judendurchgangslager Vught van mei 1943 tot maart 1944?
Reacties zijn van harte welkom bij dhr. Paul Beek, 06 24568907.
Hendrina Cornelia Vermaat (Rina)
Voor mijn vader ben ik op zoek naar mensen die Rina, zijn zus en dus mijn tante, gekend hebben. Elke herinnering, hoe gering dan ook, zou ons zeer dierbaar zijn. Rina was 19 jaar toen zij gearresteerd werd wegens weermachtsbelediging. Mijn vader kan zijn oudere zus inderdaad goed herinneren vanwege haar “grote mond”. Zij was kapster
van beroep, geboren in Vlaardingen en wonende in Rotter-dam. Op 31 december 1943 werd Rina in kamp Vught geregistreerd onder gevangenennummer 0187 en werd ingesloten in blok 23A. Op 2 augustus 1944 werd zij overgebracht naar het Buiten-commando 's-Hertogenbosch waar zij tewerkgesteld werd in een gasmaskerfabriek. Op 1 september 1944 werd zij overge-plaatst naar het Schutzhaftlager met een nieuw nummer, 1339. Op 6 september 1944 is zij op transport gesteld naar KL Ravensbrück. Daar werd zij op 9 september 1944 geregistreerd onder gevangenennummer 67115. Op 19 okt 1944 is zij met een groep van 48 vrouwen op transport gezet naar KL Neuengamme, Arbeitslager Horneburg (tussen Hamburg en Stade). Van daar is zij met een groep van ongeveer 40 overwegend Nederlandse vrouwen op 28 december 1944 op transport terug naar Ravensbrück gegaan.
Rina is op 1 februari 1945 overleden in het KL Ravensbrück ten gevolge van hartzwakte, volgens opgave van Mevr. B. van de Muyzenberg-Willemse te Amsterdam en Mej. Zr. G. Ponger te Amsterdam. Wij hebben wel de informatie dat Rina het laatst is gezien in KL Ravensbrück op 8 jan 1945 door Mej. Van Dam, Henegouwenlaan 27. Kunt u ons iets vertellen naar aanleiding van dit verhaal, neemt u dan a.u.b. contact op met Diana Vermaat of belt u met 010-4292645.
Josephien Maria Nievelstein
De tante van mijn moeder heette Josephien Maria Nievelstein. In sommige vermeldingen (Nederlandse Oorlogsslachtofferslijst Westerbork) stond ze ook bekend als Josse Josephina Maria Nievelstein. Op 7 januari 1944 werd ze in kamp Vught geregistreerd met kampnummer 0690. Ze werd ingesloten in blok 23A. Gedurende haar tijd in het kamp werkte ze voor het Philips-Kommando. Toen het kamp geëvacueerd werd (september 1944) werd ze naar Ravensbrück gebracht en overleed daar op 13 februari 1945.
Van 1927 tot ongeveer 1935 woonden mijn moeder en haar tweelingzuster bij hun tante in Amsterdam. Ze waren toen nog erg jong. Vóór WO II keerde ze terug naar Limburg.
Voor mijn moeder, haar zus (allebei nu 84), en voor mezelf, ben ik op zoek naar mensen die haar gekend hebben en tevens ook naar informatie over haar in zowel kamp Vught als in Ravensbrück. Lilyan Rogers-Goode.
Joseph van Raalte
Mijn vader, Joseph van Raalte, is op 30 augustus 1906 te Vlissingen geboren. Hij was voljoods. Bij de aanvang van de oorlog woonde hij in Den Haag waar hij als advocaat gevestigd was. Hij was getrouwd met mijn (niet-Joodse) moeder Louise Japikse. Ik ben hun enig kind (geboren op 20 februari 1939).
Hij was betrokken bij een organisatie (de Mesdaggroep) die aan onderduikers bonnen verstrekte. In verband daarmee is hij op 2 augustus 1943 op last van de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des Sicherheitsdienstes Scheveningen afdeling IV B4 Koch gearresteerd en ingesloten in de gevangenis Scheveningen.
Op 23 september 1943 is hij uit de gevangenis Scheveningen overgebracht naar het Konzentrationslager Herzogenbusch (kamp Vught) waar hij onder Nr. 7319 werd ingesloten in blok 15. Vermeldingen: “Jude”, “jurist”. Ik begrijp dat het hierbij gaat om het Judendurchgangslager Vught.
Met het najaarstransport van 15 november 1943 is hij van Vught op transport gesteld naar Konzentrationslager Auschwitz. Ik weet niet wanneer hij overleden is. De Oorlogsgravenstichting gaat er van uit dat hij op 18 november 1943 te Auschwitz is overleden.
Ikzelf heb mijn vader nauwelijks gekend en ben benieuwd naar het beeld dat anderen van hem hebben.
Reacties graag naar: N. van Raalte / 026 – 361 79 53.
Hanna de Groot-Izaaks
Wij zouden graag in contact komen met overlevenden van kamp Vught die daar van 23 april 1943 tot 24 mei 1943 Hanna de Groot-Izaaks en haar drie kinderen hebben meegemaakt. Hanna was toen 27 jaar. De kinderen: Hans Salomon 8 jaar, Arnold Salomon 6 jaar en Jeanne 4 jaar. Zij woonden in de Valkenboslaan nr. 37 in Den Haag. Vader Salomon de Groot was in oktober 1942 al weggevoerd. Hij was leider van de Pittmanschool in Den Haag. Hanna was huisvrouw. Zij hebben niet ondergedoken gezeten.
Hanna en de kinderen werden vanuit kamp Vught op 24 mei 1943 naar Westerbork gevoerd en vandaar de volgende dag met de trein naar Sobibor. U ziet hen op deze foto.
Wie kan ons iets vertellen over hun verblijf in Vught? Wij danken u bij voorbaat voor uw reactie.
O. Knijnenburg, Vlamenburg 125, 2591 AR 's-Gravenhage (070) 385 32 28.
Gezusters Holst
Ik ben op zoek naar personen die de bunker hebben overleefd, en nog herinneringen hebben aan de gezusters Holst, Lammerdina (geboren 8 november 1887 en in de bunker omgekomen op 16 januari 1944) en To. Zij heeft de bevrijding meegemaakt en is overleden in 1964.
Ik heb de jaren 1939 tot 1943 om gezondheidsredenen bij hen gewoond en heb nog meegemaakt dat de dames drie joodse meisjes bij hen lieten onderduiken. Later, toen ik naar huis was, hebben zij het gepresteerd om tien joodse kinderen van 0 tot 10 jaar in huis te nemen.
Waarschijnlijk zijn zij verraden en eerst naar Amsterdam vervoerd, daarna naar verschillende kampen. Mocht iemand herinneringen aan de dames hebben; ik zou het graag horen. Leen Marchetti: 06 2425 9043 of 06 4355 4696.
Carry Mol
Carry Mol werkte in Eindhoven voor Philips. Zij had haar haar geblondeerd. Op zekere dag zei één van de medewerkers: "Carry, als je niet blond was, had je best een jodin kunnen zijn". Dezelfde dag is zij uit angst gestopt bij Philips, en is de oorlog doorgekomen.
Informatie wordt gezocht door Tzvi Hans Mol, zoon van Carry Mol en woonachtig in Israël. Heeft u Carry gekend en wilt u uw herinneringen - hoe gering dan ook - delen met haar zoon, neemt u dan contact op met Nationaal Monument Kamp Vught, Els van der Meer.
Informanten gezocht voor onderzoek
Kent u persoonlijke verhalen over hulp door burgers en bedrijven aan gevangenen van Kamp Vught en hun familie? Bezit u brieven of documenten daarover? Heeft u informatie over de thuissituatie van achtergebleven familieleden? Laat het ons weten... >>