Oproep voor onderzoek naar burgerhulpverlening
Burgerhulp in Vught voor gevangenen en hun families
In hoofdzaak richt het onderzoek zich op wat er feitelijk gebeurde bij de hulpverlening door burgers aan de gevangenen van kamp Vught en aan hun families. Veel verschillende personen en instanties hebben daarbij een rol gespeeld.
Een belangrijk deelonderwerp zijn de – soms schrijnende - omstandigheden waaronder achtergebleven familieleden moesten verkeren nadat hun man, vrouw of kind door de bezetter gevangen genomen was. Tot nu toe is dat een onderbelicht aspect van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis. Ook voor dat onderzoek zal allereerst geput worden uit reeds aanwezige bronnen, zoals brieven, maar er blijkt behoefte aan nog meer informatie. Die zouden oud-gevangenen, hun nabestaanden en anderen nu nog kunnen geven wanneer zij herinneringen uit die tijd hebben of nog verhale
n daarover kennen. Het gaat daarbij zowel om de ondervonden hulp door burgers aan gevangenen en hun familie, als om de thuissituatie van achtergeblevenen. Ook brieven en andere schriftelijke stukken zijn welkom.
Een tweede - nog weinig onderzocht - onderwerp is de wijze waarop de burgers die voedselhulp gaven aan gevangenen en hun families daartoe in staat werden gesteld door schenkingen van geld, bonnen en levensmiddelen (van boterhambeleg tot pepermunt en beschuit) via bedrijven, illegaliteit en burgers uit het hele land. Nabestaanden van bedrijven en burgers kunnen daarover uitsluitsel geven. Daarnaast kunnen archieven van hulpverlenende bedrijven informatie verstrekken.
Gevangenen en burgerhulp
Tussen januari 1943 en september 1944 hebben zo’n 31.000 mannen, vrouwen en kinderen korte of langere tijd gevangen gezeten in concentratiekamp Vught (SS-Konzentrationslager Herzogenbusch). Daaronder waren 19.000 niet-joodse (voornamelijk politieke) gevangenen die meestal familieleden thuis in onzekerheid hadden moeten achterlaten. Dit in tegenstelling tot de 12.000 joodse gevangenen die veelal met het hele gezin opgepakt waren.
Onder leiding van de dames Van Beuningen en Timmenga heeft een klein aantal Vughtse burgers getracht hulp te geven aan gevangenen en hun achtergebleven families. Dat gebeurde met instemming van de Duitse kampcommandant en - meestal zogenaamd - onder de vlag van het Rode Kruis.
De burgerhulp begon met het zorgen voor pakketten met gesmeerde boterhammen die dagelijks naar het kamp vervoerd werden. Al snel werd dat uitgebreid met het verzorgen van de wekelijks toegestane familiepakketten met voedsel en kleding voor individuele - voornamelijk niet-joodse - gevangenen. Zodoende werd de taak van de achtergeblevenen overgenomen. Meestal hadden zij in brieven aan de dames laten weten dat zelf niet te kunnen betalen, omdat hun kostwinner gevangen zat. Dankzij de medewerking van bedrijven en burgers uit heel Nederland konden de pakketten gevuld worden. Ook hebben (groepen) burgers gevangenen ‘geadopteerd’ voor het toezenden van pakketten.
Brieven en thuissituatie
B
eide dames ontvingen duizenden brieven van familieleden met verzoeken om hulp of informatie. Zij zijn ook alle door of namens hen beantwoord, maar tot nu toe zijn er heel weinig antwoordbrieven teruggevonden. Voor persoonlijke contacten hield mevrouw Timmenga spreekuur in het stationskoffiehuis (foto) voor familieleden die haar van heinde en verre bezochten. Daar heeft zij met haar team ook vrijgelaten gevangenen opgevangen en naar huis geholpen.
In sommige brieven om hulp – met name voor het verzorgen van familiepakketten – motiveert het familielid het verzoek met een beschrijving van de omstandigheden waaronder de achtergeblevenen moesten verkeren na gevangenneming van hun verwant. Een vaak heel schrijnende thuissituatie die zulke achtergebleven families met recht bestempelt tot ‘Vergeten oorlogsslachtoffers’.
Project
Historicus drs. Inger Schaap is in opdracht van de stichting Nationaal Monument Kamp Vught in januari 2012 begonnen met haar onderzoek voor het door vele fondsen – zie hieronder - gesponsorde project onder de werktitel ‘Het stationskoffiehuis in Vught, Burgerhulp voor gevangenen en hun families.’ Op basis van de resultaten van het onderzoek zal zij een boek voor een breed Nederlands publiek schrijven dat naar huidig inzicht in najaar 2013 op de markt zal komen.
Oproep informanten
Kent u verhalen over deze burgerhulp en/of heeft u herinneringen aan de situatie waarin achtergebleven families van gevangenen moesten verkeren? Neemt u dan contact op met het secretariaat van NM Kamp Vught voor contact met mevr. Inger Schaap. U kunt van maandag t/m vrijdag ook bellen naar (073) 656 67 64; vraagt u dan a.u.b. naar het secretariaat.
Met behulp van een poster – die op relevante plaatsen (zoals verzetsmusea, regionale archieven en bibliotheken) te lezen zal zijn - zullen informanten opgeroepen worden. Bekijk hier de poster.
Financiële bijdragen voor dit project zijn door de volgende fondsen geleverd: Prins Bernhard Cultuurfonds, mr. P. de Gruijterfonds, Erfgoed Brabant, Leye Fonds, Hendrik Muller Fonds, Gemeente Vught, Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., Elise Mathilde Fonds en J. E. Jurriaanse Stichting.
Foto: Tekening van mevr. Timmenga (foto NIOD); foto van het stationskoffiehuis in Vught.
Informanten gezocht voor onderzoek
Kent u persoonlijke verhalen over hulp door burgers en bedrijven aan gevangenen van Kamp Vught en hun familie? Bezit u brieven of documenten daarover? Heeft u informatie over de thuissituatie van achtergebleven familieleden? Laat het ons weten... >>