Een bankje voor Lotty Huffener

Op zaterdag 28 oktober is in het tv-programma ‘MAX Maakt Mogelijk’ aandacht voor het verhaal van oud-gevangene Lotty Huffener-Veffer (96). Wanneer zij in 1945 vanuit Auschwitz terugkeert naar Amsterdam, is er voor haar geen slaapplaats. Die eerste nacht brengt zij door op een bankje op de Apollolaan. Om haar te eren heeft ‘MAX Maakt Mogelijk’ een bankje gezet op die bewuste plek, waar Lotty na een erbarmelijke tocht in 1945 weer ‘thuis’ kwam

Lotty is 19 jaar als de Tweede Wereldoorlog begint. Ze is net als haar vader diamantwerker. Op 11 februari 1943 wordt Lotty  door de razzia van huis gehaald. Eerst zij alleen, later worden ook haar ouders en zus opgehaald. Ze moeten allemaal naar de Hollandsche Schouwburg. Op 13 februari 1943 wordt de hele familie op transport gezet naar Kamp Vught. Lotty en haar vader mogen niet werken; zij moeten hun handen ‘sparen’ voor het werk op de diamantbewerkingsafdeling die de Duitse bezetter in Vught wil opzetten. Lotty, haar zus Carla en haar moeder worden in het vrouwenkamp gezet, haar vader in het mannenkamp. Haar ouders en zusje Carla worden met het beruchte kindertransport van juni 1943 afgevoerd. Zogenaamd naar een kinderkamp, maar in werkelijkheid gingen de bijna 1300 kinderen naar Sobibor. Lotty wil mee, maar mag dat niet van haar moeder. Lotty blijft in Vught. Haar vader, moeder en zus worden bij aankomst in vernietigingskamp Sobibor op 11 juni vergast.

Open treinwagons

Lotty wordt uiteindelijk te werk gesteld bij het Philips-Kommando. Dankzij dit werk kan zij tot juni 1944 in Kamp Vught blijven. Dan gaan ze op transport naar Auschwitz. “Omdat ik uit de Philips-groep kwam, werd ik tewerkgesteld in de fabriek van  Telefunken in Reichenbach om vliegtuigonderdelen te maken.” Toen de Russische geallieerden naderden, is zij op dodenmars gestuurd. Lotty begint, met haar vriendin Beppie, aan een vreselijke tocht door de kou. Die voert hen deels te voet en deels in open treinwagons langs 13 kampen,waar ze soms moeten werken. Aan het einde van de oorlog worden ze opgevangen in Zweden. Na ruim drie maanden reist ze met de boot en een trein naar Groningen, waar ze worden gedropt in een kazerne; liftend komt ze met Beppie naar Amsterdam. Op 26 augustus 1945 komt Lotty aan in Amsterdam. Een thuis is er niet meer. “Voor veel mensen – en ook voor mij – was de ellende toen nog niet voorbij. Hele families waren verdwenen. Ik had niks. De mensen waren over het algemeen echt niet aardig. De eerste nacht in Amsterdam zei ik tegen Beppie dat we ‘op chique’ gingen slapen: op een bank in de keurige Apollolaan.’’

Verrassing

Lotty werd op 7 september volkomen verrast door Jan Slagter (directeur Omroep MAX) en een cameraploeg. Samen gingen ze naar de Apollolaan, waar ze op de plek waar het bankje stond werd opgewacht door kinderen en kleinkinderen. Violiste Maria Milstein speelde op de viool van Lotty’s zusje Carla die met de kindertransporten naar Sobibor ging. Lotty werd toegesproken door Jan Slagter, Frits Barend en – tevens oud-gevangene van Kamp Vught – Ernst Verduin. Daarna onthulden haar kleindochters het plaatje.

Foto’s: Ronald Huffener