A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Winter, Klaas

Winter, KlaasGeboren op 28 september 1906 te Assendelft
Omgekomen op 3 maart 1943 in Kamp Vught, 36 jaar

 

 

Klaas is getrouwd met Bavonia Boon. Zij wonen in Assendelft, aan de Dorpsweg 694 en hebben drie kinderen. Hij werkt als boerenknecht of los arbeider. In de oorlog vervoert hij regelmatig illegaal geslacht vlees naar Amsterdam, Klaas raakt betrokken bij het verzet.
Winter,Klaas prentjeMidden 1942 krijgt Klaas van het verzet de vraag om een joodse man, Joop Soesan, in huis te nemen. Niet veel later komt ook een echtpaar met twee kinderen (Van Dam).

Tegenover Klaas en Bavonia woont een NSB’er. De buurman van Klaas is zwarthandelaar in vlees en vraagt Klaas of hij kan helpen met het vervoeren van een schaap. Klaas doet dit. De buurman wordt opgepakt en verraadt Klaas aan de SD. Op 6 oktober 1942 wordt Klaas vanwege het illegale vervoer opgepakt. Via het politiebureau komt hij zonder proces of veroordeling in de strafgevangenis in Scheveningen terecht. Van daar uit gaat hij naar kamp Amersfoort en begin 1943 op transport naar kamp Vught. Zijn kampnummer is 2664. Na de arrestatie van Klaas blijven de joodse onderduikers bij Bavonia in huis, na verloop van tijd gaan de vrouw en kinderen van Van Dam naar een ander adres. Klaas en Bavonia schrijven elkaar brieven.
Op 3 maart 1943 overlijdt Klaas Winter, terwijl zijn in vrijheidstelling al een feit is. Maar Klaas is te ziek en te zwak om het kamp te verlaten. De officiële doodsoorzaak luidt: een zwak hart, problemen met de bloedsomloop, maag- en darminfectie. Van vrijgelaten medegevangenen hoort Bavonia dat honger, uitputting en heimwee de werkelijke doodsoorzaken zijn.

Ze eist in brieven aan de kampcommandant en de politie de trouwring van Klaas terug, tevergeefs. Op de R.K. begraafplaats van Assendelft wordt Klaas Winter op een gedenksteen herdacht, samen met nog vijf in de Tweede Wereldoorlog omgekomen dorpsgenoten.
De joodse onderduikers overleven de oorlog.

Bronnen: