A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Wijhe, Johannes Albertus van

Geboren op 5 februari 1901 te Barneveld
Omgekomen op 3 februari 1943 in Kamp Vught 41 jaar

Hans van Wijhe schrijft in februari 2007:
“Mijn naam is Johannes Albertus (Hans) van Wijhe. Enkele jaren geleden ontdekte ik in onze familiegenealogie dat mijn grootvader een neef en naamgenoot had, die op 3 februari 1943 in Kamp Vught is overleden. Deze neef heette Johannes Albertus (Jo) van Wijhe.
Bij een bezoek aan Kamp Vught zag ik tot mijn verrassing dat zijn naam op de muur van de gedenkruimte staat. Ook bleek Johannes Albertus van Wijhe voor te komen op de Erelijst in de Tweede Kamer. Hij was tijdens de oorlog lid van de Ordedienst (OD), de grootste verzetsorganisatie in bezet Nederland. In Nationaal Monument Kamp Vught bleek verder maar heel weinig over hem bekend te zijn. Ik ben vervolgens aan de slag gegaan met het verzamelen van meer informatie over “mijn onbekende familielid”.

Onderzoek

Het NIOD, het Instituut voor Militaire Geschiedenis, de gemeente Den Haag, de gemeente Zeist, de gemeente Barneveld en het Ministerie van Defensie, zijn mij daarbij zeer behulpzaam geweest. Tijdens mijn speurtocht heb ik bij toeval Rudolf Bierman ontmoet; verzetsnaam Velo Bierman. Bierman heeft een half jaar ondergedoken gezeten bij Jo van Wijhe in Den Haag en zat in dezelfde OD-verzetsgroep als Jo van Wijhe. De SS heeft Rudolf Bierman op 7 maart 1942 in het huis van Jo van Wijhe gearresteerd. Rudolf Bierman is nu 90 jaar en vertelt nog vaak op scholen zijn oorlogsverhaal. Zijn oorlogservaringen zijn op de indrukwekkende DVD ‘Levenslang’ in beeld gebracht.

Dochter

Door mijn naspeuringen ben ik ook in contact gekomen met mevrouw Tanneke Gerdina Wilhelmina Westland – van Wijhe die al sinds 1950 in Zweden woont. Zij is het enige nog levende kind van Johannes Albertus van Wijhe. Ik heb haar deelgenoot gemaakt van de informatie die ik ontdekt heb over haar vader. Ze was zeer verrast en geroerd. Ze heeft haar vader maar weinig meegemaakt. Haar bezoek aan Nationaal Monument Kamp Vught vorig jaar was voor haar en voor mij een zeer bijzondere ervaring.

Zwijgen

Het levensverhaal van Jo van Wijhe is het verhaal van een gewone man die in oorlogstijd als (ontwapende) militair de moed had om verzet te plegen tegen de Duitse bezetters. Hij wist wat de gevolgen daarvan konden zijn. Hij en zijn vrouw hebben daar uiteindelijk een hoge prijs voor moeten betalen. Mijn vader en mijn grootvader woonden in de oorlog in Den Haag vlak bij Jo van Wijhe. Ze waren bijna buren. Voor mij is het een raadsel gebleven waarom na de oorlog binnen mijn familie nooit werd gesproken over de verzetsactiviteiten van Jo van Wijhe en zijn dood in Kamp Vught.

Jeugdjaren

Johannes Albertus van Wijhe werd op 5 februari 1901 in Barneveld geboren. De vader van Johannes Albertus was onderwijzer in de School met de Bijbel aan de Schoutenstraat in Barneveld. Moeder overleed heel jong, al op 41-jarige leeftijd in december 1907. Johannes Albertus was hun enige kind en hij was toen moeder overleed nog maar 6 jaar. In april 1908, 4 maanden na het overlijden van moeder, kwamen oma Van Wijhe en een tante uit Amsterdam naar Barneveld om in het gezin mee te helpen. Johannes Albertus is tot mei 1912 door deze twee vrouwen “bemoederd”. Toen ze weggingen, oma was al bijna tachtig, was hij 11 jaar oud.

Voor het eerst op eigen benen

In 1917 (dus tijdens de Eerste Wereldoorlog die tot 1918 duurde) verliet Johannes Albertus het ouderlijk huis, naar alle waarschijnlijkheid om te gaan werken. Het was een moeilijke tijd in Nederland. We waren dan wel neutraal, maar de oorlog was vlakbij en er werd veel honger geleden. In de Nederlandse politiek waren er grote spanningen tussen de verschillende politieke partijen. Om een einde te maken aan de onrust werd men het in 1917 eens over de invoering van het algemene kiesrecht voor mannen (vrouwen mochten pas twee jaar later kiezen). Ook kwamen de politieke partijen overeen dat met ingang van 1917 katholieke- en protestantse scholen evenveel overheidsgeld zouden krijgen als openbare scholen. Daarmee kwam een eind aan de financiële achterstelling van katholieke- en protestantse scholen (het einde van de zogenaamde schoolstrijd). Tegelijkertijd vond in Rusland in 1917 de oktoberrevolutie plaats waarmee de communisten aan de macht kwamen. In Nederland probeerde Pieter Jelles Troelstra in november 1918 een Nederlandse revolutie op gang te krijgen.

Beroepsmilitair

In het Nederlandse leger was het in 1918 zeer onrustig. Dienstplichtigen waren zo ontevreden over de situatie in het leger dat ze in verschillende legerplaatsen barakken in brand staken. Om de boel te sussen werd de legerleiding vervangen. Uiteindelijk mislukte de Troelstra-revolutie. Op maandag 18 november had de regering de touwtjes weer stevig in handen. Direct na deze voor Nederland unieke poging tot revolutie wordt in december 1918 Johannes Albertus van Wijhe (hij was toen 17 jaar) beroepsmilitair bij de Koninklijke Landmacht. Zijn eerste standplaats was Naarden. Anderhalf jaar later ging hij (in mei 1920) weer de burgermaatschappij in.

Huwelijk

Op 14 september 1923 trouwde Jo van Wijhe in Driebergen met Elizabeth Pieternella Torbijn. Uit dit huwelijk werden in Driebergen twee kinderen geboren. Het huwelijk bleek geen succes. Johannes Albertus en zijn gezin zijn in september 1927 uit elkaar gegaan. Hij is in Zeist gaan wonen. Zijn vrouw Elizabeth Pieternella Torbijn was op dat moment 4 maanden in verwachting van hun tweede kind. Jo van Wijhes eerste vrouw, Elizabeth Pieternella Torbijn, is met de twee jonge kinderen na de echtscheiding in Driebergen blijven wonen. Haar ouders woonden ook in Driebergen. De twee kinderen zijn na de scheiding opgevangen door opa en oma Torbijn. Beide kinderen zijn kort na de oorlog naar Zweden geëmigreerd.

Opnieuw beginnen

In augustus 1928 verhuisde Johannes Albertus van Zeist naar Den Haag. Nadat de echtscheiding was uitgesproken trouwde hij in 1930 met Petronella (Nel) van Ingen. Uit het huwelijk van Johannes Albertus van Wijhe en Nel van Ingen zijn voor zover mij bekend geen kinderen geboren. Johannes Albertus heeft na zijn vertrek naar Den Haag maar weinig contact met zijn twee kinderen gehad. Zo vertelde zijn enige dochter (Tanneke Gerdina Wilhelmina Westland-van Wijhe uit Zweden) mij, dat zij haar vader na de scheiding maar één keer heeft ontmoet. Johannes Albertus woonde tijdens de oorlog in Den Haag op het adres Calandplein 24. Hij was volgens het NIOD van beroep chauffeur-monteur en volgens de Duitse overlijdensakte “Schlosser” (sleutelmaker). Ook wordt hij genoemd als autohandelaar.

Zoals uit zijn militaire Staat van Dienst blijkt is hij gedurende twee periodes beroepsmilitair geweest namelijk van december 1918 tot mei 1920 en van maart 1939 tot juli 1941.

Ordedienst

In mei 1941 werd Johannes Albertus van Wijhe lid van de Ordedienst (OD). Deze door de Duitsers gevreesde verzetsorganisatie was door ex-militairen opgezet. Johannes Albertus werd als lid van de OD in mei 1941 eerst twee weken koerier voor de Haagse OD-Stadscommandant luitenant-kolonel J.H.Th. Velu. Daarna ging hij volgens de Duitsers als “Nachrichtenleiter” voor de inlichtingenorganisatie van de toen 27 jarige drs. Pieter J.J. Riep werken. Deze Pieter Riep behoort ook tot de overledenen in Kamp Vught. Jo van Wijhe kreeg als taak nieuwe OD’ers te werven en kleine verzetsgroepen over te halen om zich aan te sluiten bij de OD. Hij gebruikte daarbij de schuilnaam “Van Barneveld”. Ook moest Jo van Wijhe plannen maken ter voorbereiding van de spoedig verwachte landing van de Engelsen. Daarnaast verzorgde hij volgens de Duitsers het transport van geweermunitie.

Onderduikers

Bovendien bood hij samen met zijn vrouw Nel in hun huis aan het Calandplein onderdak aan veel onderduikers, onder wie diverse OD’ers. Voor zijn werkzaamheden ontving Jo van Wijhe vanaf mei 1941 van overste Velu namens de OD een vaste maandvergoeding van ca. 80 gulden. Bovendien ontving hij van de OD in augustus 1941 een bedrag van 900 gulden voor het maken van een alarmplan ten behoeve van de landing van de Engelsen. In de periode september 1941 – maart 1942 zorgde Jo van Wijhe op verzoek van de OD voor een onderduikadres voor Rudolf Bierman in zijn huis aan het Calandplein. Hij kreeg hiervoor (volgens de Duitsers) van de OD een vergoeding van 10 gulden per week.

“Pieterse”

Jo van Wijhe maakte net als Rudolf Bierman deel uit van de sabotage-verzetsgroep “Pieterse” (iedereen in de groep noemde zich Pieterse). De groep stond onder bevel van kapitein der Infanterie Christiaan Frederik van den Berg. Deze Van den Berg trad ook op als instructeur bij de OD-trainingen in het Haagse zwembad “De Regentes”. De groep “Pieterse” leerde hier doden zonder wapens. Bovendien kregen ze training van uit Engeland gedropte parachutisten. Volgens Bierman was de groep vooral bezig met de voorbereiding van de Engelse invasie en werd veel aandacht besteed aan het verkennen van mogelijkheden om viaducten e.d op te blazen.

Collega’s in het verzet

Hieronder staat kort iets over enkele collega-OD’ers waar Jo van Wijhe tijdens de oorlog mee te maken heeft gehad. Zij stonden allemaal op de dodenlijst die de Duitsers begin 1943 opstelden ten behoeve van het zogenaamde tweede OD-proces in Haaren (Noord-Brabant).

  1.  Luitenant-kolonel Jan Hubert Theodore Velu. Velu, geboren in Malang in 1882, woonde in Den Haag. Hij was Stadscommandant van de OD in Den Haag. Velu werd gearresteerd op 25 juli 1942 enkele weken voor de arrestatie van Jo van Wijhe. Hij overleefde de oorlog niet en kwam om in het Duitse concentratiekamp Sonnenburg (mei 1944).
  2.  Luitenant der Infanterie drs. Pieter Jacobus Josephus Riep. Riep, geboren in1914 in Den Haag, woonde tijdens de oorlog ook in Den Haag. Hij speelde een leidinggevende rol in de Haagse OD. Hij werd gearresteerd op 30 januari 1942 en hij overleed op 28 januari 1943 in Kamp Vught, enkele dagen voor het overlijden van Jo van Wijhe.
  3.  Kapitein der Infanterie Christiaan Frederik van den Berg. Van den Berg, geboren in Arnhem in 1901, woonde tijdens de oorlog in Den Haag aan het Koningsplein. Hij had de leiding over de verzetsgroep “Pieterse”. Hij werd gearresteerd op 16 juni 1942 en werd op 29 juli 1943 gefusilleerd op de Leusderheide. Na de oorlog ontving hij postuum diverse onderscheidingen.
  4.  Korporaal Rudolf Bernardus Bierman. Bierman, geboren in Arnhem in1916, woonde tijdens de oorlog in Den Haag. Rudolf Bierman zat een halfjaar bij Jo van Wijhe ondergedoken voordat hij op 7 maart 1942 werd gearresteerd in het huis van Johannes Albertus van Wijhe aan het Calandplein 24 in Den Haag. Na de oorlog keerde hij na een vreselijke tocht langs verschillende concentratiekampen terug in Nederland.

Arrestatie

De Haagse politie stond bekend als nogal gezagsgetrouw. Zonder protest begeleidden ze jodentransporten. Het merendeel van de agenten was lid van de NSB, de Nederlandse politieke beweging die met de Duitsers sympathiseerde. Veel agenten werkten voor de “Documentatiedienst”, een inlichtingenorganisatie die in Den Haag de strijd aanging met de verzetsmensen. Ze hadden veel “succes”, ook omdat het Haagse verzet met plakband aan elkaar hing. De onderlinge tegenstellingen in het Haagse verzet waren vaak groot en infiltranten konden mede hierdoor hele slachtingen aanrichten. Op zondag 30 augustus 1942 werd Johannes Albertus van Wijhe in Den Haag gearresteerd. Hij verbleef waarschijnlijk al sinds maart 1942 niet meer thuis aan het Calandplein. Hij was zelf ondergedoken na de vele arrestaties onder de Haagse OD’ers in het voorjaar van 1942. Jo van Wijhe hoorde met nog 20 anderen tot de laatste groep Haagse OD’ers die werd opgepakt. Na hun arrestatie was de Haagse OD zo sterk gereduceerd dat het twijfelachtig was of er nog wel een organisatie over was. Het hoofdkwartier van de OD was inmiddels naar Amsterdam overgebracht en onder het bevel van Jonkheer Six geplaatst.
Johannes Albertus van Wijhe werd opgepakt omdat hij, zoals eerder aangegeven, een actieve OD’er was en allerlei verzetsactiviteiten had uitgevoerd – vooral ter voorbereiding van de verwachte landing van de Engelse troepen. Samen met zijn vrouw Nel van Ingen bood hij aan vele onderduikers onderdak. Van een van hen, collega OD’er Bierman, wordt expliciet melding gemaakt in de Duitse aanklacht tegen Jo van Wijhe. Rudolf Bierman vertelde mij dat er begin 1942 meerdere onderduikers (deels ook OD’ers) in huis waren, onder wie een Duitse spion. Deze spion heeft veel schade aangericht in de kringen van de OD. Volgens de dochter van J.A. van Wijhe waren er in 1943 na de dood van haar vader nog 7 onderduikers in huis. Bierman zei mij dat hij goede herinneringen bewaart aan Jo en Nel van Wijhe. Hij herinnert zich Jo als een fijne vent met veel humor. Volgens Bierman was het een echte militair, dus met karakter en niet bang.

Oranjehotel en Kamp Amersfoort

Johannes Albertus van Wijhe werd na zijn arrestatie in augustus 1942 naar de gevangenis in Scheveningen gebracht (het zogenaamde “Oranjehotel”). Vandaar werd hij naar Kamp Amersfoort getransporteerd. Daar werd hij samen met een aantal andere OD’ers (onder wie de hoogste baas van de OD Jhr. Johan Schimmelpenninck en Rudolf Bierman) binnengebracht op vrijdag 6 november 1942. Rudolf Bierman heeft Jo van Wijhe na zijn arrestatie nog een keer gezien namelijk in het Oranjehotel. Bierman werd gelucht en zag Jo met zijn gezicht tegen de muur staan. Volgens Bierman betekende dat straf. Kennelijk had Jo van Wijhe iets gedaan wat de gevangenisleiding niet aanstond. Rudolf en Jo van Wijhe hebben gelijktijdig in Kamp Amersfoort gezeten maar elkaar daar niet ontmoet.

Haaren

Nadat de Duitse bezetter in 1942 opnieuw hard had toegeslagen in de gelederen van de Ordedienst werd eind 1942 een nieuw proces tegen de OD voorbereid. Dit zogenaamde Tweede OD-proces is uiteindelijk in maart–april 1943 gehouden in de voormalige recreatiezaal van het grootseminarie van Haaren (Noord-Brabant). De leiding van de Duitse Wehrmacht in Nederland vond dat de Duitse rechters bij processen tegen verzetsmensen te vaak te lichte straffen uitdeelden. De “Wehrmachtjustiz” was naar hun oordeel niet afschrikwekkend genoeg.

Dodenlijst

Daarom kreeg Hauptsturmführer Harders van de Wehrmacht opdracht om ten behoeve van het Tweede OD-proces een lijst van verdachten op te stellen van wie met zekerheid kon worden aangenomen dat zij de doodstraf zouden krijgen. Met andere woorden, alle verdachten op de lijst hadden zich in de ogen van de Duitsers zodanig ernstig aan vijandige activiteiten schuldig gemaakt, dat hun ter dood veroordeling vrijwel vaststond. Ook eigenzinnige rechters konden hier naar het oordeel van de Wehrmacht niet omheen. Begin 1943 verscheen de ”Anklageverfügung und Haftbefehl” met honderd namen. Circa 30% van de lijst bestond uit Haagse OD’ers. De naam van Johannes Albertus van Wijhe stond ook op deze dodenlijst.

Amersfoort – Vught

In januari 1943 werden ongeveer drieduizend gevangenen van Kamp Amersfoort naar het pas in gebruik genomen Kamp Vught overgebracht, onder wie een groep OD’ers die uiteindelijk berecht zou worden in het hiervoor genoemde Tweede OD-proces te Haaren. Ten tijde van hun transport naar Vught verkeerden de gevangenen in een deplorabele toestand vanwege de honger die ze hadden moeten lijden. Onder een zwaar geleide van SS’ers moesten zij zich op hun ongemakkelijke klompen in looppas naar het Amersfoortse station begeven. In Vught kwamen de gevangenen midden in de winter in een kamp dat nog niet was afgebouwd. Zo was het keukengebouw nog niet klaar en kon er dus maar weinig warm eten of drinken worden verschaft. In de meeste barakken zaten nog geen ramen en in het begin waren er nog geen matrassen en dekens. Het eerste transport uit Amersfoort bestond uit zo’n tweehonderdvijftig mannen. Op woensdag 13 januari 1943 arriveerde dit transport in Vught. Het tweede transport was veel groter. Zo’n tweeduizend mannen kwamen op 16 januari in Kamp Vught aan. In Amersfoort was men langzamerhand gewend geraakt aan de droeve stoeten gevangenen en hun schreeuwende en mishandelende bewakers. Voor de inwoners van Vught was dit een geheel nieuwe ervaring. Men had nog nooit zo’n strompelende stoet van sterk vermagerde gevangenen gezien en de emoties liepen zo hoog op dat sommigen durfden te protesteren. Het enige resultaat was dat de gevangenen langzamer mochten lopen. Johannes Albertus van Wijhe moet op 13 of 16 januari 1943 met een van deze transporten in Vught zijn aangekomen. Hij verbleef er maar een paar weken. Hij was als gevangene nummer 2007 ondergebracht in blok 7.

Slechte omstandigheden

Toen de Duitsers in de zomer van 1942 begonnen met de bouw van Kamp Vught hadden de Vughtenaren nog geen idee van wat er ging gebeuren. Dit werd pas duidelijk toen in januari 1943 de eerste houten noodbarakken in gebruik werden genomen door afgebeulde en ondervoede gevangenen uit het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Veel gevangenen wogen niet meer dan 30 kilo. Voor deze gevangenen was Vught in het begin nog erger dan Amersfoort. Onder aanvoering van de “Lagerkommandant” SS-Hauptsturmführer Chmielewski ging het afbeulen door. Chiemlewski was van beroep steenhouwer. Voedsel was de eerste tijd in Kamp Vught schaars en slecht. Bovendien kregen de gevangenen water van zo’n slechte kwaliteit dat ze er ziek van werden. Hun oude legerjassen moesten ze na enige weken midden in de winter inruilen voor dunne gestreepte kleding. De gevangenen moesten werken aan de afbouw van het kamp, daarbij opgejaagd door bewakers en hun honden. In die eerste maanden stierven door de vreselijke omstandigheden enkele honderden gevangenen, vooral door darminfecties en longontsteking.

Het einde

Op 30 januari stierf in Vught de eerdergenoemde OD’er drs. Pieter J.J. Riep op 28-jarige leeftijd. Hij was in Den Haag een van de leiders van de inlichtingen organisatie waar Johannes Albertus van Wijhe voor werkte.
Op 3 februari 1943, om 05.00 uur in de vroege ochtend, stierf Johannes Albertus van Wijhe, twee dagen voor zijn 42e verjaardag, aan “Herz und Kreislaufschwäche bei Magen- und Darmkatarh”; volgens de overlijdensakte van veel latere datum en ondertekend door de Duitsche Standesbeamte Görgens.

De dochter van Johannes Albertus van Wijhe liet mij vanuit Zweden weten dat zij van Jo’s weduwe een andere versie heeft gehoord: namelijk dat hij samen met zes andere gevangenen gedwongen is om in het bos een kuil te graven waarna ze alle zeven werden doodgeschoten. De bebloede kleren van haar man kreeg zij daarna door de Duitsers “netjes” thuisbezorgd.

De meeste doden in de begintijd van Kamp Vught werden in eerste instantie op het kampterrein begraven, en later in de inderhaast uit Polen aangevoerde mobiele oven gecremeerd om zoveel mogelijk sporen uit te wissen.

Vonnissen

Uiteindelijk werden in het Tweede OD-proces in Haaren in april 1943 eenentwintig doodvonnissen uitgesproken. Op 29 juli 1943 werden zeventien OD’ers op de Leusderheide gefusilleerd, onder wie Kapitein Van den Berg, de leider van de verzetsgroep “Pieterse” waar Jo van Wijhe deel van had uitgemaakt. Slechts vier OD’ers werden vrijgesproken. Een tiental werd wegens slechte gezondheid vrijgelaten. De overigen werden voor het grootste deel in oktober 1943 naar verschillende nazi-concentratiekampen overgebracht (waaronder Natzweiler, Dachau en Buchenwald). De helft van deze groep overleefde het concentratiekamp en keerde na de oorlog terug. Rudolf Bierman hoorde bij degenen die ondanks verbijsterende ontberingen overleefden en na de oorlog terugkeerden.”

Erelijst

Johannes Albertus van Wijhe heeft zich een plaats verworven op de Erelijst, waarop de namen staan van hen die voor het vaderland zijn gevallen. De Erelijst ligt in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag en elke dag wordt een andere pagina opgeslagen.

Met dank aan:

Johannes Albertus (Hans) van Wijhe
Vught, februari 2007

Bronnen: