A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Westerweel, Johan Gerard

joop-westerweel_siteGeboren op 25 februari 1899 te Zutphen
Omgebracht op 11 augustus 1944 in Kamp Vught, 45 jaar

Joop Westerweel is overtuigd pacifist en principieel dienstweigeraar. In 1924 wordt hij daarvoor veroordeeld tot gevangenisstraf. Voor de oorlog is Joop onderwijzer in Nederlands-Indië. In 1940 keert hij terug naar Nederland en in 1941 wordt hij directeur van de Montessori school in Rotterdam.

In 1939 vestigt zich een groep joodse vluchtelingen in Nederland die probeert Palestina te bereiken, de “Palestina Pioniers”. Joop Westerweel wordt door een oud- collega in 1942 benaderd om deze hele groep, bestaande uit 48 personen, te helpen onderduiken. Joop stemt toe en smokkelt ongeveer 70 joden en studenten naar Spanje. Verder verzorgt hij de distributie van voedsel en persoonsbewijzen. De verzetsgroep waar Joop deel van uitmaakt staat ook wel bekend als de groep Westerweel. In oktober 1942 probeert de groep Westerweel acht joden via België het land uit te smokkelen. Zij nemen contact op met een groep smokkelaars die regelmatig de grens oversteekt om hen verder te helpen. Deze smokkelaars brengen de acht joden direct naar de SD in België. Zij zijn later in Auschwitz omgekomen.

Ontsnappingsroute

Na dit debacle besluit de groep Westerweel zelf een ontsnappingsroute door Europa op te zetten. Verschillende leden van de groep Westerweel worden tijdens de oorlog gearresteerd. Zo ook Joop en zijn vrouw Wilhelmina. Op 24 januari 1943 wordt Shushu (Joachim) Simon opgepakt. Shushu is dan bekend met alle contacten die van belang zijn voor de ontsnappingsroute. Omdat hij bang is onder marteling van de SD te zullen bezwijken pleegt hij zelfmoord in zijn cel in Breda. Joop Westerweel wordt op 11 maart 1944 opgepakt als hij terugkomt uit Frankrijk. Hij wordt in Vught gevangen gezet en op 11 augustus 1944 gefusilleerd. Joop is er in geslaagd om tussen de 150 en 200 mensen naar Frankrijk en Spanje te smokkelen.

Brieven

Joop Westerweel schrijft in de bunkergevangenis in Vught het volgende:
“Zondag, maandag en dinsdag waren zo gelukkig. Er was helemaal geen cel, alleen maar ruimte, wijdheid.(…) Maar ja, zoiets is de mensen maar een keer gegeven. Met de ingezette taktiek van woensdag kwam vanzelf de omkeer. Ik speel nu drie-en-een-halve dag de zieke, hiervan heb ik twee dagen gevast. (…) Wat denkt de mens dan al niet. Hoe het allemaal gelopen is en wat je verkeerd gedaan hebt – dat je toch maar uit de trein had moeten springen – en dat je je toch zo ver hebt laten krijgen om stomme verklaringen af te leggen – dat je eruit wilt – maar dat je het zelf wil doen; je vrienden mogen voor jou niets wagen. Het is zo al erg genoeg – en dan bedenk je honderd manieren, die je meteen weer verwerpt ook, natuurlijk, en dat je een vrouw en kinderen hebt en dat je leven wil verdomme. Zo gaat het. Och, ik ben maar zo’n heel gewoon mens, jullie mogen mij nooit idealiseren”.

Daniel Boeke, een oud leerling, schrijft over Joop het volgende:
“Ik zie de kleine gestalte, de hoge rug met het forse hoofd, wapperende haren en felle ogen voor mij. Een levendige, vurige geest. Of hij nu Nederlandse literatuur of korfbal onderwees, altijd was daar een intensiteit, een sprankelende overgave aan datgene wat doorgegeven werd. (…..) Ook Joops grote liefde voor de mensheid, zijn fel strijden voor meer rechtvaardigheid en verdraagzaamheid schemerde altijd in zijn lessen door. Joop was geen geduldig of liever duldig mens, daarvoor was hij te daadkrachtig. (….) Hij was, met al zijn zin voor humor en gebrek aan zwaarmoedigheid, een man, vervuld van een ernst die in al zijn doen en laten duidelijk tot uiting kwam.
Eenvoudig te doen wat je denkt dat je moet doen, zonder te vragen naar de gevolgen”.

Bronnen: