A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Velleman, Jonas Joop

Velleman,JonasGeboren op 12 juli 1925 in Haarlem
Omgekomen op 25 februari 1943 in Kamp Vught, 17 jaar

 

 

De Haarlemmer Jonas Velleman komt uit een joods gezin. Hij zit op de ambachtsschool als de oorlog uitbreekt. Het gezin besluit onder te duiken. Jonas vertelt zijn ouders dat hij zijn eigen onderduikadres heeft geregeld, maar dat is niet waar. De omstandigheden rond zijn arrestatie zijn onduidelijk. Zeker is dat Jonas achtereenvolgens in Amsterdam, Scheveningen, Kamp Amersfoort en Kamp Vught gevangen wordt gehouden.

Het gezin

Velleman,Jonas_broer

Jonas met broer

Jonas (Joop’) Velleman wordt op 12 juli 1925 in Haarlem geboren. Zijn vader is Hartog Velleman, zijn moeder Betje Velleman-Schaap. Jonas heeft één broer, Louis, die ruim zes jaar ouder is. Jonas wordt in het gezin ‘het jeled’ genoemd, wat ‘het kind’ betekent. In het gezin Velleman worden enkele joodse riten in stand gehouden. Sabbat wordt gevierd en de kinderen gaan op zaterdag niet naar school. In zijn jeugd verhuist Jonas met zijn ouders van Haarlem naar Utrecht, vervolgens naar Rotterdam en daarna weer terug naar Haarlem. Hartog Velleman werkt als ‘aanvrager’ bij een winkel in herenconfectie. Een aanvrager spreekt potentiële klanten voor de winkel aan. Jonas zit op de ambachtsschool.

Onderduiken

Bij het uitbreken van de oorlog woont het gezin in Haarlem. Als de dreiging van deportatie toeneemt, wordt het besluit genomen onder te duiken. Oudste zoon Louis kan een onderduikadres vinden voor zijn ouders en voor zichzelf. Jonas geeft aan dat hij een onderduikadres voor zichzelf heeft geregeld. Een vroegere onderwijzer zou een adres voor hem hebben.

Zijn broer herinnert zich:
Ze vielen uiteindelijk op de gangmat: één kaart voor elk van ons, vier oproepen dus. We kregen – hoe fatsoenlijk – drie dagen de tijd. De dag daarop moesten we ons melden bij het goederenstation voor het deelnemen aan een werkkamp. Die ochtend, het moet eind juli, begin augustus zijn geweest, gingen we. We aten nog wat en mijn moeder waste de borden en de kopjes af en deed die in een kast. Ik schikte nog wat losse papieren die op een bureau lagen in de achterkamer waar ik sliep. Pa deed de deur op het nachtslot. Van onze sterren kon niemand zien of ze opgespeld of vastgenaaid zaten. De buren boven en die aan de overkant stonden voor het raam. Ze wuifden niet, ze lieten ons zielloos gaan. We sjokten de straat uit, een tas in elke hand, de rugzakken waren toen nog niet reglementair voorgeschreven. Bij de Amsterdamse straatweg, voor de tramhalte, ging Jo – zoals afgesproken – naar rechts, zonder te zwaaien, zonder iets te zeggen.

Arrestatie

In tegenstelling tot wat hij beweert, heeft Jonas Velleman geen onderduikadres. Hij slaapt de eerste dagen bij verschillende kennissen. Een van hen herinnert zich later dat Jonas een Duits uniform bij zich heeft. De precieze gang van zaken rondom zijn arrestatie is niet bekend. Hij wordt als strafgevangene vastgezet. Hij wordt in Amsterdam opgepakt en naar de gevangenis aan de Weteringschans gebracht. Daar blijft hij 5 weken. Vervolgens gaat hij naar de strafgevangenis in Scheveningen, en zit er 4 weken gevangen. Vanuit Scheveningen wordt hij op transport gesteld naar het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort.

Brieven

In Amersfoort kan hij voor het eerst een brief sturen, gedateerd 15 december 1942:
Hoe gaat het in Haarlem? Ik hoop van goed. Met mij is alles in orde. Ik ben wel erg veel afgevallen, maar ben toch door- en door gezond. Hoe gaat het met de familieleden. Weet u nog nieuws van pa en moe en Louis. Ik ben erg verlangend naar ze, maar ik hou altijd maar voor ogen dat de dag nog eens komt waarop we elkaar terug zullen zien en dat zal dan de grootste dag van mijn leven zijn. Schrijft u me eens vlug hoe het met m’n ouders, m’n broer, m’n tantes, ooms en nichten en in ’t bijzonder hoe het met U en oom Wick gaat. Ik schrijf aan uw adres omdat dit me wel het beste leek. Schrijf spoedig terug. De hartelijkste groeten speciaal voor Moeder van jullie liefhebbende neef Joop Velleman.
(Brief uit Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, Schutzhäftling Jonas Velleman. Blok VII, nummer 1784)

Begin 1943 wordt hij vanuit Amersfoort overgebracht naar Kamp Vught. Ook vanuit Vught schrijft Jonas een brief, gedateerd 22 februari 1943:
Lieve allen, eindelijk weer eens een levensteken van mij. Ik maak het niet zo goed als toen ik mijn laatste brief schreef. Zo jullie ziet zijn we overgeplaatst van Amersfoort naar ’s Hertogenbosch. Ik maak het redelijk wel en hoop gauw weer bij jullie te zijn. Hoe gaat het met de familie, met Harry en Bets en Louis en de andere vrienden en kennissen. Ik hoop van gezond en vrij. Over het kamp mag ik verder niets schrijven. En nu het volgende. Jullie mogen mij hier levensmiddelenpakketten sturen. Hoe zwaar hindert niet en wat er in zit maakt ook niet uit (geen rookgerei). Het duurt ongeveer 2 dagen eer ik het pakket ontvang. Vraag eens aan kennissen en familie of ze wat over hebben. En kijk of jullie me iedere week een pakketje sturen kunt. Vooral jam stroop suiker kaas vlees flensjes kunsthoning hagelslag snoep roggebrood tarwebrood maggiprodukten enz. enz. enz. enz. Nu meer ruimte heb ik niet ik ga slapen jullie l.n. Joop

Twee dagen na het schrijven van deze brief overlijdt Jonas Velleman, op 17-jarige leeftijd. Zijn overlijdensakte vermeldt als doodsoorzaak ‘longontsteking’.
Zijn ouders en broer overleven de oorlog.

Bronnen:

  • Louis Velleman. Eigenlijk heet ik Levi. Amsterdam : 2000
  • Met dank aan mevrouw M. Velleman- de Smit voor het gebruik van de foto’s en brieven.