A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Stigter, Jacob

Geboren op 23 juli 1924 te Honselaarsdijk
Omgebracht op 9 augustus 1944 in Kamp Vught, 21 jaar

Herinneringen

In 2002 stuurt een zwager van Jaap ons de volgende herinneringen:

Om na 60 jaren iets over het leven van iemand te schrijven, is niet zo gemakkelijk, ook al heb je die persoon goed gekend. We zullen het proberen.
Jaap is op 23 juli 1924 geboren in Honselersdijk, gemeente Naaldwijk in het Westland. Toen hij geboren was, had hij een gebroken arm, dat is wat mijn vrouw – Jaap’s zus-  mij heeft verteld. Nadat mijn vrouw en ik ons op 25 augustus 1921 hadden verloofd, heb ik Jaap leren kennen, hij was toen 7 jaar oud. Hij was een vrolijke, vriendelijke jongen, luchthartig en vaak zorgeloos en een waaghals. Toen hij ongeveer vier jaar was, liep hij in een mestput. Zijn vader zag zijn hand er boven uit steken en kon hem er uit halen. Toen hij ongeveer 10 jaar was, klom hij op het dak waar de draden van de elektriciteit over heen liepen. Hij verloor zijn evenwicht en greep zich vast aan de draden en verloor zijn bewustzijn. Hij kwam van het dak glijden en zwager Henk kon hem net opvangen. Hij kwam al gauw weer bij en heeft er alleen een zere hand aan over gehouden.

Toen hij ongeveer 12 jaar was, kreeg hij een zeer scheenbeen; het bleek een soort tuberculose te zijn. Om het been te kunnen behandelen, moest Jaap twee weken op een stoel zitten. Dat was een moeilijke tijd voor hem. Na de schooljaren werkte hij bij zijn vader op het tuinbouwbedrijf maar dat was niet wat hij wilde blijven doen.

Jaap was erg muzikaal. In november 1938 werd er in het dorp Honselersdijk een muziekkorps opgericht, waar hij al spoedig lid van werd. Jaap blies trombone en regelmatig liep het korps door het dorp.

In mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen, Jaap was toen 15 jaar oud. In 1943 vaardigden de Duitsers een verordening uit dat alle mannen van 18 tot 40 jaar zich moesten melden om in Duitsland te werk gesteld te worden. Jaap zei : “dat nooit!” en zocht een adres om onder te duiken. In die tijd hadden zijn vader en moeder, die toen nog op het tuinbouw bedrijf en de Bospolder in Honselersdijk woonden, een joods echtpaar in huis. Als Jaap zich niet zou melden, zou huiszoeking niet ondenkbaar zijn geweest. Zo heb ik Jaap op 23 juni 1943 per trein naar Zutphen gebracht. Hij had bij een boer in Neede een plaats gevonden. Hoe, dat weet ik niet. In die dagen vroeg en zei je maar niet te veel. Dat is de laatste keer dat ik hem zag, hij is nooit meer terug geweest in het Westland. Hij is nog wel eens naar Amsterdam geweest waar hij dan bij Henk en Pie, zijn oudste zus, logeerde.

Het boerenwerk lag niet in zijn lijn. Hij schijnt nog wel aan wat studie gedaan te hebben maar daar weet ik niet veel van.

In Neede heeft Jaap zich aangesloten bij het ondergrondse werk. Daar weet ik niets van, we hadden ons eigen gezin en onze handen vol aan onszelf. Wat ik nu ga vermelden, is wat ik gehoord heb uit die tijd. Het schijnt dat een groep, Jaap inbegrepen, een overval deed bij iemand die met de Duitsers mee werkte en wapens zou hebben. Een wapen werd echter niet gevonden. Toen de groep daarop wegging, schoot de man ze na waarbij Jaap gewond werd. Een dokter heeft hem verzorgd en in zijn auto meegenomen. Onderweg zijn beiden gevangenen genomen. Ze zijn naar het concentratiekamp in Vught gebracht. In de zomer van 1944 zijn vader Stigter en ik op een middag naar Arnhem gereisd om wat nadere inlichtingen over Jaap te krijgen. Het enige dat ons duidelijk werd, was dat Jaap in Vught gevangen zat. Gedurende de winter 1944 – 1945 hebben we niets van Jaap gehoord.

Toen de Duitsers zich op 5 mei 1945 hadden overgegeven, konden de nieuwsbladen weer verschijnen en heb ik in Trouw een advertentie geplaatst met een verzoek om inlichtingen betreffende Jaap. Toen was er een jongen uit Groningen die contact op nam met onze predikant, Ds. P. van Hoven, en hem meedeelde dat Jaap was gefusilleerd. De predikant kwam het ons zeggen. Het was een zware slag, in het bijzonder voor zijn ouders en zijn meisje.

Toen ik eens in het gemeentehuis kwam in Naaldwijk bleek dat ze daar in de herfst van 1944 wel bericht van het gebeurde hadden gehad. Gedurende de zomer van 1945 kregen we een brief van de heer Greidanus uit Rotterdam. Hij was bij de politie daar en was gevangen genomen omdat hij geen joden wilde arresteren. Hij had in de gevangenis in Vught kennis gemaakt met Jaap. Greidanus is later naar Duitsland vervoerd maar heeft de oorlog overleefd.
In de zomer van 1945 hebben we op een zaterdagmiddag met Greidanus gesproken en heeft hij ons iets van zijn verblijf in de gevangenis van Vught verteld. Hij zei dat Jaap hem en andere gevangenen tot grote steun was geweest. In de avond schenen ze rustig met elkaar te kunnen praten in de gevangenis, hoe dat weet ik niet. De heer Greidanus zei: “Als wij te bedroefd waren dan bad Jaap voor hen allen en voor koningin en vaderland”. Ook zijn de heer Greidanus en zijn vrouw op bezoek geweest bij de ouders van Jaap.

Ik ben met vader Stigter naar een bijeenkomst in Vught geweest op de plaats waar de jongens werden gefusilleerd. Koningin Wilhelmina was daarbij tegenwoordig. Later werd er een gedenkteken onthuld, daar zijn we ook naar toe geweest.

Dat Jaap in het geloof is gestorven, is voor zijn ouders, zijn meisje en voor ons allen tot een grote troost geweest.
R.M. Eising / 9 december 2002

KP-Neede

Jaap Stigter woont tijdens de oorlog in Neede en is tuinarbeider van beroep. Jaap maakt tijdens de oorlog deel uit van de KP-Neede. Als Jaap met andere verzetslieden een overval uitvoert, waarschijnlijk in samenwerking met iemand die Duitse contacten heeft, wordt er op ze geschoten. Het doel van de overval is het buitmaken van wapens, maar die worden niet gevonden. Bij de schotenwisseling die volgt, raakt Jaap gewond. Jaap wordt door een dokter geholpen, later worden Jaap en de dokter samen in de auto aangehouden. In de Achterhoek heeft zich dan een verzetsgroep gevormd rond reserveofficier Gerrit van den Boogerd. In januari 1944 is Gerrit in contact gekomen met Willy Marcus die onder de naam Willy van Erp in opdracht van de SD het Achterhoekse verzet heeft geïnfiltreerd. Willy Marcus heeft door het verzet wapens te tonen hun vertrouwen gewonnen. Als de Duitsers op de hoogte worden gebracht van een plan om een Landwacht uit Ruurloo te liquideren besluiten zij eerder in te grijpen. Waarschijnlijk op 20 april 1944 zijn de Duitsers de Achterhoek binnen gevallen. Misschien is Jaap op dezelfde dag gearresteerd, volgens andere bronnen is Jaap pas op 24 mei 1944 gearresteerd. Het staat vast dat Jaap op 9 augustus 1944 in Vught is gefusilleerd.

Bronnen: