A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Somsen, Frederik Hendrik

Somsen,FreekGeboren 5 september 1918 te Aalten
Omgebracht 5 september 1944 in Kamp Vught

 

 

Frederik Hendrik Somsen (Freek) wordt op 5 september 1918 in Aalten geboren. In 1927 verhuist het gezin Somsen naar Doesburg. Freek is de oudste van negen kinderen. Op 26 januari 1940 trouwt hij met Johanna Wilhelmina Beek. Zijn beroep is machine-bankwerker en hij werkt in Dieren. Als dienstplichtig militair vecht hij in de meidagen van 1940 bij de Grebbeberg. Daar wordt hij krijgsgevangen gemaakt en naar Duitsland overgebracht. Na enige tijd worden de krijgsgevangenen vrijgelaten en gedemobiliseerd. Hij keert dan ook op tijd terug voor de geboorte van zijn eerste zoon.

Verzetsgroep

Freek Somsen kan zich niet neerleggen bij de Duitse bezetting van Nederland en de vervolging van joodse Nederlanders. Hij raakt betrokken bij het helpen onderduiken van joden. Rondom Freek Somsen vormt zich een kleine verzetsgroep. Na een oproep voor de Arbeitseinsatz in Duitsland duikt hij onder en gaat op in de illegale verzetsbeweging. Zijn schuilnaam is Joop Haneman. Hij neemt onder meer deel aan overvallen op distributiekantoren, en wordt leider van een knokploeg. De Duitse Sicherheitsdienst raakt hem op het spoor. Om Somsen onder druk te zetten, wordt zijn echtgenote van november 1943 tot maart 1944 gegijzeld in het Huis van Bewaring in Arnhem. Zij is dan zwanger van haar tweede kind.

Dodencel

Somsen,Frederik

De celdeur van de cel waarin Frederik in het Oranjehotel verbleef, met daarop gekrast de namen van Frederiks vrouw en kinderen.

Op 4 april 1944 wordt Freek Somsen gearresteerd, waarschijnlijk in de trein van Utrecht naar Amsterdam. Een vluchtpoging mislukt. Somsen wordt opgesloten in gevangenissen in Amsterdam en Scheveningen (het Oranjehotel). Daarna volgt het transport naar kamp Vught. Vanuit Vught kan hij met behulp van enkele illegaal gesmokkelde briefjes contact onderhouden met zijn familie. Zo hoort hij van de geboorte van zijn tweede, naar hem vernoemde zoon. Aan zijn familie schrijft hij dat hij inmiddels na verschillende verhoren, gevangen is gezet in een dodencel in de bunker (strafgevangenis in kamp Vught). Het ergste moet worden gevreesd.

Op 5 september 1944, de dag waarop honderden gevangenen vanuit kamp Vught op transport worden gesteld naar de concentratiekampen Sachsenhausen en Ravensbrück, sterft Freek Somsen voor het vuurpeloton in Vught. De dag van zijn 26-ste verjaardag. Pas vele maanden na zijn dood krijgt de familie zekerheid over zijn lot.

Zijn zus schrijft naar aanleiding van Freeks dood het volgende gedicht:
We hebben steeds op je gewacht
We hebben altijd nog gedacht, Freek
Dat je leefde en zou komen

Er zijn maanden lang verlopen
We werden vrij…., ze stroomden thuis
Jij zond nog geen bericht naar huis
Zou je dan misschien toch niet leven
We hebben overal nagevraagd
Was je dan toch in Vught gebleven
Was je dan nu al tien maanden dood

Wij zochten naar de zekerheid
We waren nog niet direct bereid
Om alle hoop reeds op te geven
Toen zijn er twee naar Vught geweest
Daar sprak de kamp-omgeving ’t meest
Hier was jij ’t laatste nog in leven
.Hier was je naar de dood gegaan

Die avond werd er niet gebeden
Voor hen die uit het buitenland
Nog niet terug is, Vaderland
Geleid hem breng hem heden

Freek, waaraan heb je nog gedacht
Toen je daar stond en al je kracht
En al je moed niet kon baten
Toen je slechts in hun ogen las
Dat je volkomen weerloos was
Was je nog bezig hen te haten
Of heb je voor de loop gestaan
Met in je hoofd gedachten aan
Je vrouw en die twee kleine kinderen
Voor wie je niet meer zorgen zou
Dacht je:de Here doet het nou
Heeft niets je vrede kunnen hinderen

In elke brief getuigde jij
Mijn Vader, boven, zorgt voor mij
En brieven, die ons zijn geschreven
Door hen met wie je samen zat
Met wie je heel veel omgang had
De laatste dagen van je leven
Die hebben steeds hetzelfde slot:
‘Troost U, Freek stierf als een kind van God’.

Bron:

  • J.Damen, Geschiedenis in Bossche straatnamen (Den Bosch 1980)