A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Scharrer, Henry

Geboren te Oostende op 23 april 1900
Omgebracht in Kamp Vught op 6 september 1944, 44 jaar

 

Nationaliteit

Henry (Henri) Scharrer, in 1900 geboren in het Belgische Oostende, is een Fransman. Hoewel hij al in 1912 naar Den Haag is verhuisd, heeft hij nooit de Nederlandse nationaliteit verworven. In 1928 trouwt hij met Geertruida (Truus) Compter. In 1940 woont het echtpaar in Amstelveen, vanaf april 1944 in een huis in de Amsterdamse Rivierenlaan, een paar stappen van de Amstel.

Carrière

Henry heeft allerlei ambachten uitgeoefend, maar nog geen carrière gemaakt op de manier die hem naar zijn eigen oordeel toekomt, als hij op 1 januari 1939 begint hij aan een baan waar zijn bijzondere aanleg goed van pas komt. Hij wordt vertaler op het Haagse kantoor van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP). Alle inkomende Franstalige berichten gaan door zijn hand en ook de uitgaande berichten controleert hij. Ook stelt hij dagelijks tussen zeven en tien uur ’s avonds een Franstalig nieuwsbulletin samen, de Nouvelles du Jour (NdJ). Vanuit zijn kantoor wordt ook de Belgische tegenhanger van het ANP, Belga (officieel het Belgische Telegraaf Agentschap, of de Agence Télégraphique Belge), van Haags nieuws voorzien. Vanaf september 1939 neemt Scharrer deze taak op zich, waardoor hij feitelijk Belga-correspondent is geworden. Omdat hij maar weinig journalistieke ervaring heeft, spreekt het ANP met Belga af dat de journalistieke kwaliteit van zijn berichtgeving zorgvuldig zal worden bewaakt. Al gauw blijkt dat Scharrer het zonder toezicht afkan.

Meteen na het begin van de bezetting in mei 1940 voert ANP-directeur Van de Pol op last van de Duitse legatie in Den Haag overhaast een reorganisatie door. Niet minder dan 21 journalisten krijgen hun congé. Alle joodse redacteuren en de twee (Franse) buitenlanders is dit lot beschoren. Scharrer staat op de keien.

Kamp Schoorl

Kort nadat het persbureau Scharrer de deur heeft gewezen, volgt er een tweede onheilstijding. Alle Britten, Fransen, Belgen, Polen en Noren, kortom: alle staatsburgers van landen waarmee Duitsland nog in oorlog is, krijgen via de pers een oproep zich binnen acht dagen bij de vreemdelingenpolitie te melden. Zodra zij in kaart zijn gebracht en duidelijk is geworden om hoeveel mensen het gaat, volgt een opdracht zich te begeven naar een adres waar zij zullen worden geïnterneerd. Het kamp Schoorl, een verzameling barakken ten noorden van het dorp, op de plek waar vandaag de dag het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer staat, is een van de bestemmingen. Dit kamp, oorspronkelijk gebouwd voor de Nederlandse Landmacht, werd meteen na de capitulatie op 14/15 mei 1940 door de Duitsers in gebruik genomen. Eerst als noodvoorziening voor de legering van eigen troepen, vanaf juni voor het interneren van (vooral) Fransen en Britten. Ook Scharrer komt – begin juni – in Schoorl achter het prikkeldraad terecht. De levensomstandigheden zijn dragelijk. Voor Scharrer is er alle tijd voor een van zijn hobby’s: tekenen. Hij maakt schetsen van het kampterrein en het interieur van een barak en portretteert medegevangenen.

Nadat de Franse regering onder leiding van Pétain in augustus/september 1940 een akkoord heeft gesloten met de Duitsers (waardoor Frankrijk wordt verdeeld in een bezet noorden en een – in theorie – vrij zuiden) komt Scharrer weer vrij.

Persbureau

Als journalist heeft hij veel internationale contacten opgedaan en gekoesterd, niet in de laatste plaats in zijn officiële vaderland. Voor de Franse ambassade in Den Haag is hij vanaf 1939 een luisterpost en adviseur geweest. Het is een goede basis voor zijn nieuwe baan, bij de Schweizer(ischer) Press-Telegraph (SPT). Een dynamische omgeving met goede vaderlanders als collega’s, die hem precies het gewenste milieu lijkt te bieden.

In theorie was de SPT een in 1915 door een aantal kranten opgericht gemeenschappelijk persbureau, dat dankzij het feit dat het officieel gevestigd was in het neutrale Zwitserland, tijdens de oorlog min of meer normaal kon blijven functioneren. In werkelijkheid was de vanaf juli 1940 in Nederland door de journalist Oscar Mohr vertegenwoordigde persdienst een mantelorganisatie van het Duitse propaganda-apparaat, bedoeld om variatie te brengen in de persbureaus die in de gelijkgeschakelde kranten als leveranciers van nieuws werden genoemd. Het idee achter deze operatie was dat de lezer berichtgeving van de ‘Zwitserse’ SPT serieus zou nemen als objectief en onafhankelijk. Elke krant die SPT-berichten opnam, zou daardoor winnen aan geloofwaardigheid. Er moest dus ook een onverdachte figuur aan het hoofd staan.

Mohr

Mohr voldeed aan die eis. Wat de Duitsers echter niet wisten, was dat Mohr en zijn redacteuren dubbel spel speelden. Om de slimmere lezers duidelijk te maken dat zij ook aan SPT-berichten maar beter niet te veel geloof konden hechten, verzon de redactie op gezette tijden nieuws met een hoog onwaarschijnlijkheidsgehalte, zoals de ontwikkeling van een telescoop die de achterkant van de maan kon bekijken. In de loop van 1942 werd de spanning tussen theorie en praktijk Mohr te veel en nam hij met een brief aan Noesgen ontslag vanwege ‘Mangel an Geschäftstüchtigkeit’ (gebrek aan motivatie). Kort daarna werd hij gearresteerd vanwege contacten met de verzetsgroep-Van Hattem. Toen Mohr van het toneel was verdwenen, nam onderdirecteur Henk Beishuizen de leiding over. Hij was een niet minder goede vaderlander en omringde zich met hetzelfde slag journalisten als zijn voorganger had gedaan.

Henry Scharrer is in totaal ruim twee jaar in dienst van de SPT: van januari 1941 tot december 1942 en van augustus tot december 1943. In die periode raakt hij naast zijn journalistieke werk geleidelijk steeds meer betrokken bij de inlichtingendienst van de Vrije Fransen in Londen (het Bureau Central de Renseignements et d’Action [BCRA]  of Deuxième Bureau [DB]) en de Britse geheime dienst (MI5), al dan niet via zijtakken van de Geheime Dienst Nederland. In deze laatste kringen werkt hij samen met een versetsgroep rond Carel Bos.

Verzet

In 1943 maakt Scharrer kennis met de Delftenaren Jan Lowey-Ball en Hugo van der Wiele. Jan (een indo-Europeaan) en Hugo zitten in het verzet. Terwijl Hugo in Delft en omstreken een soort inlichtingendienst op touw zet die in de zomer van 1944 de naam ‘Rolls-Royce’ zal krijgen, probeert Jan naar Spanje te ontkomen, met het doel vanuit Londen een bijdrage aan het verzet te leveren. Onderweg, in Carcassonne, wordt hij gearresteerd. De SD in Toulouse doet eerst pogingen hem te breken, daarna – als hij hen ervan overtuigt dat zijn reis door Frankrijk alleen maar een poging was om de vrijheid te bereiken – om hem te paaien. Als oud-student-assistent bij de hoogleraar aerodynamica J.M. Burgers en met de ervaring die hij opdeed in een bijbaan bij Aviolanda (vliegtuigbouw, Papendrecht), kan Lowey-Ball van waarde zijn voor de in Toulouse gevestigde vliegtuigindustrie. Jan doet alsof hij meewerkt, krijgt zijn bewegingsvrijheid terug en laat dan weten toch geen interesse te hebben voor een dienstverband. Het eind van het liedje is dat hij weer terug mag gaan naar Nederland, met een speciale treinpas. Met deze Sonderausweis kan een Vertragsangestellte, wiens naam uiteraard moet corresponderen met die op het gewone persoonsbewijs, heel België en Frankrijk bereizen in Wehrmacht-treinen. Zo’n reis maakt hij dan in Sicherheitspolizeilichem Auftrag, namens een eveneens naar eigen goeddunken in te vullen Dienststelle. De SD roept iedereen op de ‘Inhaber dieses Ausweises nötigenfalls Schutz und Hilfe zu gewähren’ (de bezitter van het document in geval van nood te beschermen en hulp te verlenen). Een paar weken na Jans terugkeer in Delft leert hij Scharrer kennen. Henry ziet meteen grote mogelijkheden. Hij wil de Ausweis graag gebruiken voor zijn ontsnappingslijn-in-ontwikkeling. Samen zoeken zij een drukker die in staat is een goede kopie te maken. Heini Douqué brengt hen in contact met Theo Koersen. Diens drukkerij werkt ook voor Het Parool en voor de Persoons Bewijzen Centrale (PBC). Koersen doet zijn best op de Sonderausweis en slaagt volledig. Het valse document is niet van echt te onderscheiden.

Met behulp van dit nu ook voor anderen beschikbare valse document zetten Ball en Scharrer – onder anderen ondersteund door Scharrers vriendin Carrie Libourel – een geoliede ontsnappingsroute naar Zuid-Frankrijk op touw. De mensen die zij ervoor in aanmerking vinden komen, gaan via Roosendaal of Maastricht naar Lille en vandaar via Parijs verder naar het zuiden. Geallieerde piloten, gedropte agenten van de Nederlandse regering die na gedane zaken terugkeren: iedereen die weg wil of weg moet, krijgt zijn kans. Voor Ball en Scharrer, die de schuilnaam ‘Sandberg’ heeft aangenomen, is het Parijse Hôtel de Noailles aan de Rue de la Michodière (thans Hôtel Golden Tulip Opéra de Noailles) doorgaans hun ankerplaats, maar ook aan de Rue Monsieur-le-Prince en de Boulevard Montparnasse hebben zij verblijfsadressen voor zichzelf en voor degenen die zij naar het zuiden helpen. Via Toulouse belanden de meeste reizigers eerst in Boussens of  Roquefort-en-Garonne, reizen dan door naar Pau en zoeken vervolgens langs of door de Pyreneeën hun weg over de grens. Meestal naar Donostia/San Sebastian of Caneja, afhankelijk van de omstandigheden.

Via Heini Douqué leert Scharrer ook de Alkmaarse KP-leiders Fritz Conijn en Pierre de Bie kennen. Er ontstaat een voor het verzet zeer vruchtbare vriendschap: Alkmaar helpt Scharrer onder meer met het verzamelen van inlichtingen en Scharrer voorziet Alkmaar van het inmiddels roemruchte reisdocument.

Arrestatie

Op 18 augustus 1944 wordt Scharrer in de trein van Haarlem naar Den Haag gearresteerd omdat zijn papieren niet (lijken te) kloppen. Na in het Oranjehotel (Scheveningen) te zijn verhoord, komt hij terecht in het Amsterdamse huis van bewaring (nummer 2) aan de Amstelveenseweg. Daar vinden zware verhoren plaats, onder anderen door de beruchte SD-man Herbert Oelschlägel. De SD besluit een celspion in te zetten om te achterhalen wie er met Scharrer samenwerken. Hij, een zekere Willy Pons, krijgt van Scharrer de nodige informatie los. Opnieuw met behulp van Pons zetten de Duitsers daarna een val voor de verzetsvrienden van Scharrer, door het voor te stellen alsof hij met losgeld kan worden vrijgekocht. Op 29 augustus 1944 komt een groepje kameraden het geld overhandigen in een café aan de Amstellaan. Iedereen wordt gearresteerd; ook Fritz Conijn, die het losgeld op zak heeft.

Fusilladeplaats

Scharrer en Conijn worden samen met een aantal andere KP’ers naar Vught overgebracht en aldaar in de vroege ochtend van de woensdag na Dolle Dinsdag (op 6 september 1944) gefusilleerd.

Bronnen:

  • Onderzoek en tekst: Doeko Bosscher. Auteur van het boek Haast om te sterven : Het korte leven van verzetsman Fritz Conijn. Amsterdam : Prometheus, 2015. ISBN 978 90 351 4230 5