A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Mortel, Joseph Maria van de

Mortel,JoostvandeGeboren op 5 april 1919 te Tilburg
Omgebracht op 10 augustus 1944 in Kamp Vught, 25 jaar

 

 

Tilburgs burgemeesterszoon

Joost van de Mortel, zoon van de burgemeester van Tilburg, werkt als volontair op de gemeentesecretarie van Ulvenhout wanneer hij daar in 1942 voor de Arbeitseinsatz wordt opgeroepen. Hij piekert er echter niet over in Duitsland te gaan werken en verlaat de Ulvenhoutse gemeentesecretarie. Van de Mortel gaat aan de slag als bureauchef bij het Algemeen Afdelingsziekenfonds in Tilburg dat vooralsnog van de tentakels van het Duitse slavenarbeidmonster is gevrijwaard.

Eerste arrestatie

De jeugdige bureauchef zit tot over zijn oren in het verzet. Hij helpt onder meer geallieerde piloten de grens over, verzorgt onderduikers, doet aan spionage en geeft illegale persoonsbewijzen uit. In oktober 1942 wordt Van de Mortel gearresteerd in het Belgische Turnhout. Hij wordt gevangengezet in de Kriegswehrmachtgefängnis in Antwerpen, maar weet zich er in de verhoren uit te draaien. Na tien dagen staat Van de Mortel weer als vrij burger op straat. En zet zijn verzetswerk voort.

In handen van de SD

In de loop van 1943 raakt Van de Mortel, die katholiek is, ook betrokken bij de verspreiding in Brabant van het orthodox-protestantse verzetsblad Trouw. Na de arrestatie van de West-Brabantse verspreider Piet van Gils, op 13 maart 1944, is hij een gewaarschuwd man. Kriminalsekretär Erich Gottschalk, verbonden aan de SD-Aussenstelle in Den Bosch en belast met de opsporing van Trouw, is er veel aan gelegen ook Van de Mortel in handen te krijgen. Hij stuurt de beruchte mensenjager Piet Gerrits, een voormalige opperwachtmeester bij de Tilburgse politie die voor de SD is gaan werken, achter Van de Mortel aan. Gerrits arresteert hem op 13 april 1944 in de Tilburgse Tuinstraat.

Levenseinde in Vught

Van de Mortel wordt geïnterneerd in de SD-Polizeigefängnis in Haaren, waar sinds september 1943 al meer dan twintig Trouw-verspreiders zijn binnengevoerd. De groep gaat eind juli 1944 naar Kamp Vught en moet op 5 augustus voor het SS-Polizeistandgericht verschijnen. Alle vierentwintig verspreiders krijgen de doodstraf en worden naar ‘de bunker’ overgebracht, de kampgevangenis. ‘We hebben onze plicht gedaan, we hebben gevochten voor God, Vaderland en Volk,’ zegt Joost van de Mortel vastberaden tegen een medegevangene. Zes verspreiders worden op de avond van 9 augustus 1944 uit hun cel gehaald en gefusilleerd; zeventien, onder wie Van de Mortel, sterven de volgende avond. Eén verspreider heeft gratie gekregen.

 Zwaar getroffen gezin

De drieëntwintig gefusilleerde Trouw-verspreiders worden op 9 augustus 1946, twee jaar na dato, op de plek des onheils herdacht. Van de Mortels vader is een van de sprekers. ‘Wij kunnen hen niet beter eren dan door met een opgeheven hoofd opgewekt verder te gaan en onze taak weer te vervullen,’ zegt hij. De woorden komen uit de mond van een man wiens gezin zwaar is getroffen. Een paardrijongeluk heeft in december 1944 een dochter het leven gekost. Zoon Jan is weliswaar uit een Duits kamp teruggekeerd, maar hij is lichamelijk in slechte doen en zal uiteindelijk in 1956 overlijden. Zoon Bernard vecht in Nederlands-Indië ‒ en zal er in 1949 sneuvelen. Van de Mortel senior zelf sterft eind 1947.

Bronnen: