A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Krol, Pieter J.H.

Geboren op 14 oktober 1923 te Den Haag
Omgebracht op 4 september 1944 in Kamp Vught, 20 jaar

Pieter is één van de vijf zonen, geboren uit het huwelijk tussen Sytze en Aaltje Krol. Hij wordt gereformeerd opgevoed en legt zijn geloofsbelijdenis af waarna hij lid wordt van de jongelingsvereniging. Pieter studeert tijdens de oorlog aan de Middelbare Technische School in Rotterdam. Op een dag krijgen zijn ouders een brief van hem waarin hij vertelt met een vriend te zijn vertrokken om deel te kunnen nemen aan de strijd tegen de bezetter. Na een tijdje keert Pieter weer terug, zijn vriend heeft onderweg last gehad van heimwee en ze hebben besloten terug te keren.

Zwijgen

De eerste van het gezin Krol die in aanraking komt met de SD is Pieters vader Sytze. Sytze gaat op bezoek bij een collega die niet meer op zijn werk komt en loopt recht in de armen van de SD, daarop wordt hij enkele dagen opgesloten. De zoons moeten beloven te zwijgen over de arrestatie van hun vader en de overige illegale activiteiten die de familie onderneemt. Zo is er al geruime tijd een joods jongetje van drie, Jaapje Mozes Nijveen, in de familie opgenomen.

Arrestatie

Na een arrestatie komt de SD er achter dat er zich bij de familie Krol een joods onderduikertje bevind. De SD valt daarop bij de familie binnen. Er verbergt zich dan ook een vriend die zich schuil houdt omdat hij anders voor de Duitsers moet gaan werken. Ondertussen belt er ook iemand aan die bij de familie moet zijn omdat er een vergadering van het verzet zal worden gehouden. Hij springt door het raam weer naar buiten, maar wordt gelijk opgepakt. Zoon Gerrit, de onderduiker, moeder Krol en oma worden gearresteerd en naar de gevangenis gebracht. Jaapje, het joodse kind, is dan al ergens anders onder gebracht.

SD

Vader en Pieter zijn niet thuis. Vader is voor werk in Apeldoorn en Pieter is een dagje aan het zeilen omdat hij geslaagd is voor zijn opleiding. Pieter neemt dan het ondergrondse werk van broer Gerrit over en wordt al gauw door de Duitsers gezocht. Gerrit, die al snel weer is vrijgelaten, gaat dan op zoek naar een schuilplaats voor Pieter. Pieter komt bij de familie Fillius terecht. Als er in het onderduikgezin een feestje wordt gevierd gaat zoon Piet Fillius grammofoonplaten op halen bij een ander onderduikadres. Als Piet Fillius daar aanbelt doet de SD open en Piet wordt gearresteerd. Korte tijd daarop komt de SD aan bij het onderduikadres van de familie Fillius aan de Aardbeistraat 10. Waar naast Pieter Krol ook John Duyser ondergedoken zit. Pieter wordt meegenomen naar het Binnenhof in Den Haag en later naar het Oranjehotel in Scheveningen gebracht. Vervolgens wordt hij naar Vught gebracht om daar op 4 september 1944 te worden gefusilleerd.

Foto

Zijn moeder is dan al vrij uit Vught waar zij als barakoudste gevangen heeft gezeten en het bunkerdrama mee heeft gemaakt. Nadat de familie op de hoogte komt van Pieters overlijden neemt zijn moeder een kleine foto mee naar een fotozaak, de foto moet vergroot worden. De eerste fotowinkel waar Pieters moeder aankomt is dicht en ze besluit verder te lopen. Bij de tweede zaak aangekomen geeft moeder het kleine fotootje af. Na enige minuten komt de man terug met een mooie portret foto. Nog voor Pieters eerste vertrek heeft hij bij deze winkel een portret foto laten maken dat zijn moeder nu krijgt.

Afscheid

Ooggetuigen vertellen zijn ouders later nog dat Pieter op een waardige manier afscheid heeft genomen van het leven. Hij heeft, nadat zijn naam op de appèlplaats is afgeroepen, zijn medegevangenen nog gegroet en hun gevraagd zijn spullen bij zijn ouders af te geven.

Heeft u meer gegevens en/of een foto? Laat het ons weten: uw informatie is welkom via info(at)nmkampvught.nl

Bronnen: