A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Koning, Huibrecht de

Koning,-Huibrecht-deGeboren op 8 mei 1917 te Batenburg
Omgebracht op 9 augustus 1944 in Kamp Vught, 27 jaar

 

 

De familie De Koning vestigt zich in 1932 op een nieuwe boerderij in Heeze, Het Huisven genaamd. De familie bezit 60 hectare grond en is daarmee een van de grootste boerenbedrijven in de omtrek. Het gezin bestaat uit dertien kinderen en tot de meidagen van 1940 is het leven er rustig.

Leveringsplicht

Bij het uitbreken van de oorlog vangt de familie veel soldaten op die op de vlucht zijn, ze krijgen voedsel en onderdak en worden door de vijandelijke linies geloodst als dat nodig is. Als het leger capituleert en de bezetting een feit is voeren de Duitsers een leveringsplicht in voor boeren. De familie De Koning laat vanaf dat moment veel grond braak liggen zodat ze niet aan de Duitse Wehrmacht hoeft te leveren. Burgers uit de omgeving en onderduikers kunnen bij de familie De Koning juist goedkoop voedingsmiddelen kopen.

Actief in het verzet

Al snel vangt de familie onderduikers op, na het helpen van soldaten is dit een kleine stap. Ze raken betrokken bij de plaatselijke afdeling van de Landelijke Hulp aan Onderduikers (LO), maar liefst vier gezinsleden gaan zich actief met het verzet bezig houden. Arie, Huib, Gerrit en Willem de Koning en een schoonzoon, Arie van Heyst. Zij maken via de LO kennis met de knokploegen. Ze leren omgaan met wapens en het coderen van berichten die naar Engeland moeten worden verzonden of berichten die bedoeld zijn voor andere verzetsorganisaties.

Boerderijen

De boerderij van de familie De Koning wordt dan langzaam aan een uitvalsbasis voor het verzet tot in de verre omstreken. Zo zijn er contacten met de LO uit Eindhoven en Geldrop, worden er wapens verborgen en is de familie in het bezit van grote partijen bonkaarten. Uiteindelijk bestaat de verzetsgroep rond de familie De Koning uit ongeveer 35 personen. Zij overvallen distributiekantoren en gemeentehuizen, onder meer in Mierlo, Heeze en Geldrop. De buitgemaakte bonkaarten worden dan ondergebracht bij de familie Poels, ook een boerenfamilie die op boerderij De Zwarte Plak woont.

Eerste inval

In de nacht van 12 op 13 juli 1943 doet de SD een eerste inval, ze zijn op zoek naar vijf joodse onderduikers. Een dertienjarige zoon springt nog op tijd naar buiten om de onderduikers te waarschuwen. De SD treft slechts één onderduiker aan, die verklaart pas net te zijn gearriveerd. Na enige bemiddeling van de dokter wordt Jacob de Koning weer vrijgelaten. Vervolgens wordt op 17 december 1943 Willem de Koning gearresteerd. Op 24 april 1945 overlijdt hij in het kamp Sandbostel.

Tweede inval

Op 14 mei 1944 valt de SD de boerderij opnieuw binnen. Er zijn op dat moment zestien verzetslieden aanwezig buiten de familie De Koning. Er zou in de nacht van 13 op 14 mei een wapendropping plaatsvinden. Vermoedelijk is er verraad in het spel. Huib de Koning probeert nog te vluchten maar wordt neergeschoten en zwaar mishandeld. Ook de anderen worden zwaar mishandeld. Een dokter probeert nog Huib de vrachtwagen in te helpen, maar hij wordt er door een Duitser ingegooid. Floor en Gerrit, 16 en 19 jaar oud, worden gedwongen de opslagplaats van wapens en bonkaarten te openen. En Klaas, 13 jaar, moet de woning van Arie van Heyst aanwijzen waarop hij gearresteerd kan worden. De vader van de broers De Koning wordt dankzij het ingrijpen van de dokter niet meegenomen. Huib, Arie, Wim en Gerrit worden naar de Polizeigefängnis in Haaren gebracht en komen later in Kamp Vught terecht. Op 9 augustus 1944 wordt Huib de Koning op de fusilladeplaats nabij Kamp Vught gefusilleerd.

Bronnen: