A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Ket, Johannes Cornelis de

Ket, JohannesGeboren te Amsterdam op 29 oktober 1923
Omgebracht in Kamp Vught op 4 augustus 1944, 20 jaar

 

 

Jan de Ket wordt op 29 oktober 1923 in Amsterdam geboren als oudste zoon van Hubertus en Adriana de Ket. Na Jan worden nog drie kinderen geboren. Jan groeit op tot een levendige, sportieve en goede scholier met een vast karakter, en heeft veel vrienden. In januari 1941 overlijdt moeder Adriana, en laat Hubertus en vier kinderen achter. Jan is dan 17 jaar. Een aantal maanden later slaagt hij voor het examen H.B.S.-A aan het Hervormd Lyceum in Amsterdam. Het is dan zomer 1941, een jaar na het uitbreken van de oorlog. Jan vindt werk bij de Hollandse Sociëteit voor Levensverzekeringen als assistent-accountant en gaat in de avonduren M.O. Boekhouden studeren. Het uitbreken van de oorlog met als gevolg de bezetting van ons land en de vroege dood van zijn moeder maken Jan in korte tijd tot een wat stugge, ernstige jonge man. Hij keert zich af van de Hervormde Kerk waartoe zijn ouders behoren en toont grote belangstelling voor de Russische geschiedenis en taal. Hij heeft een duidelijk inzicht in de politieke situatie en weet wat zijn weg is.

Collega’s

Jan is zeer ontvankelijk voor de geest van verzet die in zijn werkkring heerst. In zijn weigering gehoor te geven aan de oproep om in Duitsland te gaan werken wordt hij door collega’s, onder wie Dick Schaap, gesterkt. Zij helpen hem ook om een doktersattest te bemachtigen waarmee hij vooralsnog is vrijgesteld. Jan gaat nu meehelpen met het verstrekken van bonkaarten aan onderduikers en wat later ook met het doorgeven van Ausweise. Met de organisatie en productie daarvan is Jan aanvankelijk onbekend. Daardoor blijft hij buiten schot als de groep door een onvoorzichtigheid wordt opgerold. Het lukt hem bezwarend materiaal op het onderduikadres van Dick Schaap op tijd weg te halen, en hij probeert zo goed mogelijk door te gaan met het verstrekken van bonkaarten. Dick Schaap en andere leden van de groep Bruins Slot worden naar Kamp Vught overgebracht en in het najaar van 1943 door het Obergericht veroordeeld tot gevangenisstraffen, variërend van vijf tot vijftien jaar. Op de laatste dag van het proces is Jan op de tribune aanwezig en komt daar in contact met andere gelijkgestemden. Hij raakt verder betrokken bij het illegale werk. Jan’s vader steunt zijn zoon in het verzetswerk; zonder zijn grote bezorgdheid te tonen waarschuwt hij Jan ook voor de gevaren.

Huiszoeking

Aan een herhaalde oproep van het Gewestelijk Arbeidsbureau om zich te melden voor herkeuring voor tewerkstelling in Duitsland geeft Jan geen gehoor. Na enige tijd komt er een agent aan de deur. Deze blijft onder aan de trap staan en vraagt of Jan de Ket thuis is. Na het ontkennende antwoord vraagt hij of hij even boven mag kijken. Voor Jan is dit het sein tot onderduiken. Hij vindt een adres bij goede bekenden van de familie, een politieman en zijn vrouw. Daar ontstaan de plannen voor een overval op de politiepost aan de Stadionweg in Amsterdam.

Overval

De overval zal plaatsvinden in de nacht van 21 op 22 juli 1944. Eerst zullen zeven mannen mee doen, later worden dat er zes. Een ander haakt op het laatste moment nog af. Dat is voor de anderen niet helemaal duidelijk, zij blijven nog enige tijd tevergeefs op hem wachten. Het tijdstip van uitvoering wordt daardoor verschoven van één uur in de nacht naar drie uur. Hierdoor stijgt de spanning onder de jonge mannen sterk, en de overval gaat niet goed. Nog buiten het bureau stuiten zij op een dienstdoende agent. Binnen gaat juist de telefoon met de regelmatig herhaalde controle vraag van het bureau Overtoom of er iets bijzonders is te melden. Het aarzelende antwoord dat er buiten iets aan de hand lijkt te zijn is voldoende om het lot van Jan en zijn vrienden te bezegelen. De agenten binnen, in grote twijfel over wat hen te doen staat, kunnen arrestatie niet meer voorkomen. De overval kan immers ook een valstrik zijn om hun loyaliteit te toetsen.

De fatale afloop

Zo luidt althans achteraf de lezing van de agenten. Ook de – gecensureerde – krant “Het Volk” bericht op 1 augustus 1944 over deze gebeurtenis onder het kopje “Politieman voorkwam een overval”. Het bericht vermeldt dat de agent, die juist van zijn ronde terugkwam, de vijf mannen buiten zou hebben gearresteerd en naar binnen gebracht. De vijf mannen worden na hun arrestatie door de SD in Kamp Vught gevangen gezet. Daar vertellen zij aan medegevangene Vrij een ander verhaal, namelijk dat zij zich door de politieagent hebben laten misleiden. Afgesproken zou zijn de wapens in het bureau goedschiks te overhandigen. In plaats daarvan wordt echter de SD gebeld, die korte tijd later arriveert om hen te arresteren. Hoe de toedracht precies is geweest zal nooit meer helemaal duidelijk worden. Wat blijft is het intens droevige feit dat de vijf jonge mannen kort na hun gevangenneming zonder enige vorm van proces op de fusilladeplaats van Kamp Vught zijn geëxecuteerd – vier augustus 1944 om 9 uur ’s avonds.
Jan de Ket,
Jan Bakker,
Jan Nannings,
Rijklof [Taaf] van der Ploeg en
Antonie [Ton] Sjakes

1947

Het verlies van Jan wordt blijvend gevoeld. Vooral zijn vader twijfelt of hij zijn zoon méér had moeten waarschuwen, maar vraagt zich ook af of Jan dan niet nòg meer zijn eigen weg zou hebben gekozen. In 1947 schrijft hij zijn gedachten en innerlijke strijd op. “Aan Familie en vrienden” zet hij er boven. Twijfel aan schuld aan de dood van Jan is de rest van zijn leven gebleven.

Bronnen: