A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Hoeks, Petrus Johannes

Geboren te Eersel op 15 april 1886
Omgebracht in Kamp Vught op 11 augustus 1944, 58 jaar

Adriaan en Petrus Johannes Hoeks

De familie Hoeks woont op een boerderij met de naam “Hertheuvelse Hoef”, op de grens van Eersel en Bergeijk. De boerderij is eigendom van de Abdij van Postel, waar de Orde der Norbertijnen is gehuisvest.

Het gezin bestaat uit zeven kinderen, waarvan twee zoons en twee dochters trouwen en een eigen gezin stichten. Drie broers, Janus [Adriaan], Jan [Petrus Johannes] en Driek blijven ongehuwd en wonen met zijn drieën in de Hertheuvelse Hoef.

Ieder heeft zijn eigen taak. Janus regelt het werk op de akkers en is verantwoordelijk voor de handel. Jan doet voornamelijk het huishouden en Driek is als jongste van de drie de voerman. Het leven is tot mei 1940 vredig en rustig, daarna is het op hun afgelegen boerderij betrekkelijk goed en is er aan eten geen gebrek.

Tot het voorjaar van 1944. Op een avond krijgen de gebroeders Hoeks bezoek van een pater van de Abdij van Postel. Hij komt een schuilplaats vragen voor een broer van hem en voor een broer van een andere pater. Het gaat om illegale werkers van een verzetsgroep in het Zuiden van het land, die door de Duitsers worden gezocht. De boerderij van de familie Hoeks zou een veilige schuilplaats kunnen zijn voor hen. Hoewel de broers in eerste instantie aarzelen, geven ze hun toestemming. Ze zijn zich bewust van de eventuele gevolgen van het opnemen van de onderduikers, maar ze vinden ook dat die jongens toch geholpen moeten worden.

De schuilplaats wordt ingericht in een hoek van de stal, achter het hok met de stier. Maanden gaat het goed, de distributiebescheiden voor de onderduikers worden verzorgd door Piet van Woerkum die betrokken is bij de illegaliteit in Eersel. De verloofde van één van de onderduikers komt verschillende keren op bezoek in de Hertheuvelse Hoef, de eerste keer komt Jan haar ophalen bij de bushalte.

Begin juli 1944 wordt Piet van Woerkum gewaarschuwd dat de vader van de verloofde naar Eersel is gekomen, op zoek naar de onderduiker. De vader wil hem waarschuwen dat zijn dochter is opgepakt door de SD, vermoedelijk in verband met het onderzoek naar de verblijfplaats van de onderduiker. Van Woerkum aarzelt niet en brengt de onderduikers onmiddellijk een bezoek met de mededeling dat ze naar een ander adres moeten. Dat lukt. Tegen de broers Hoeks zegt Van Woerkum dat er gevaar dreigt, maar de boodschap wordt niet al te zwaar opgenomen. Bovendien kan  de boerderij niet zomaar worden achtergelaten.

Een dag later, rond half één ’s middags, stopt er een auto bij de boerderij. Er blijken gewapende Duitsers in te zitten, en ook de verloofde die eerder gearresteerd was. Janus en Jan liggen net te slapen en Driek leest in de keuken de krant. Al snel zitten ze alle drie bij elkaar en op de vraag naar de onderduikers ontkennen ze alle betrokkenheid. Daarop worden foto’s getoond en weer wordt ontkend de betreffende personen te kennen. Huilend bekent de verloofde dat deze boerderij wel de onderduikplaats is en wijst Jan aan als de persoon die haar van de bushalte heeft gehaald. De broers blijven ontkennen.

Daarop wordt eerst de oudste, Janus, gedwongen naar de voorkamer te gaan, gevolgd door de Duitsers. Daar wordt Janus hoorbaar mishandeld. Na een poos gaat de deur open en wordt de bloedende Janus de keuken ingegooid, waarna Jan hetzelfde lot ondergaat. Alle broers houden hun mond en bekennen niets.

Na kort beraad worden Janus en Jan naar de auto gesleurd terwijl Driek met twee revolvers in bedwang wordt gehouden. Eenzaam blijft hij achter op de boerderij. Diezelfde avond bezoekt hij zijn beide broers in de Marechausseekazerne, hun hoofden zijn bont en blauw. Ook een zus van Janus en Jan heeft daar nog met haar broers kunnen praten, ze vertellen haar dat ze door drie SD’ers zijn aangehouden en met een stuk hout zijn mishandeld. Ze klagen ook over erge pijn in hun ledematen.

Een dienstdoende wachtmeester die de broers al vele jaren kent, laat hen alleen achter zodat ze kunnen ontsnappen. Na twintig minuten zijn ze er echter nog en worden ze voor de nacht ingesloten in een cel. Ook de volgende dag geeft dezelfde wachtmeester hen de kans te ontsnappen, maar ze willen niet uit angst voor represailles voor de familie.

De vader van de verloofde gaat na de arrestatie naar Van Woerkum met de boodschap dat hij beide broers wel los kan krijgen. Van Woerkum werkt op het kantoor van een sigarenfabriek en weet honderd sigaren voor de vrijlating van Janus en Jan te regelen. Het heeft niet mogen baten. Janus en Jan worden naar Vught gebracht en opgesloten in Mariënhof, waar de SD zetelt. Van daar uit worden ze naar kamp Vught gebracht, waar Janus en Jan op 11 augustus 1944 om negen uur in de avond op de fusilladeplaats worden geëxecuteerd. Janus 60 jaar en Jan 58 jaar oud.

In november 1944 haalt de zus, die hen nog in de Marechausseekazerne heeft bezocht, de kleren van haar broers op in Vught.

Driek blijft verslagen achter op de boerderij. Hij blijft er nog één jaar. Nog één keer zaait Driek, maar oogsten doet hij niet meer. Als een gebroken man verlaat hij de boerderij en woont op verschillende plaatsen. Zijn laatste levensdagen brengt hij door in het bejaardencentrum Sint Joseph in Bergeijk, een foto van zijn twee oudere broers onder handbereik.

In 1948 krijgt de Akkerstraat in Eersel een nieuwe naam: Gebroeders Hoeksstraat. In de Mariakapel op de Markt in Eersel  zijn Janus en Jan Hoeks vereeuwigd in één van de gebrandschilderde ramen.

Adriaan en Petrus Hoeks staan vermeld in de Erelijst van Gevallenen 1940-1945. Deze gekalligrafeerde lijst ligt sinds 1960 in de hal van ingang Binnenhof 1A van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in Den Haag. 

Heeft u meer gegevens en/of een foto? Laat het ons weten: uw informatie is welkom via info(at)nmkampvught.nl

Bronnen:

  • Verslag van een in 1965 gehouden gesprek met Driek Hoeks door de heer Van Laarhoven
  • Erelijst van Gevallenen 1940-1945
  • Gemeente Eersel
  • Ooggetuigen van de bevrijding. – A. Gool. – Kempen Uitgevers, 1995.