A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Haaren, Koert B.M. van

Haaren,-KoertGeboren op 20 augustus 1919te Beek
Omgebracht op 4 september 1944 in Kamp Vught, 25 jaar

 

 

Koert Bruno Maria van Haaren is de derde telg in een katholiek gezin met vijf kinderen. Hij groeit op in het lieflijke dorpje Beek bij Nijmegen, tegen de grens met Duitsland. Een deel van de lagere school en vervolgens de middelbare school volgt hij in Nijmegen. Het is de bedoeling dat Koert zijn vader opvolgt in het beroep van rentmeester: intermediair tussen pachters en eigenaren van boerderijen. Hij voltooit de opleiding die hiervoor nodig is. Een andere voorwaarde voor het uitoefenen van deze functie is het goed kunnen omgaan met mensen. Dat zit Koert in het bloed. Hij is een geliefde jongen, vrolijk, open en eerlijk. Een echt gezelligheidsmens met veel humor. Schaatsen en hockeyen doet hij graag en niet onverdienstelijk.

Verzet als bewijs

Koert is een zoon van een Duitse moeder, geboren in Keulen, en een Nederlandse vader. Een groot deel van zijn jeugdvakanties brengt hij dan ook door in Duitsland. Met zijn Duitse familieleden heeft hij goed contact. Zijn Duitse voornaam, de “Duitsvriendelijke” omgeving waarin hij opgroeit en zijn vriendschap met een aantal Duitse families in Beek, leiden er toe dat hij geen anti-Duitse gevoelens kent. De oorlog brengt hier verandering in. Zo heeft zijn moeder altijd een brief bij zich van de Politieke Recherche Nijmegen dat mevrouw Van Haaren onder géén beding mag worden gearresteerd. Juist om te bewijzen dat hij toch écht een Nederlander is, gaat Koert in het verzet. Met een groep verzetsstrijders helpt hij onderduikers aan bonkaarten, en zamelt geld in. Koert neemt deel aan een overval op het politiebureau in Utrecht om gevangenen te bevrijden, deze overval slaagt. Bij een overval op een distributiekantoor in het voorjaar van 1944 wordt de hele groep, als gevolg van verraad, opgepakt.

Afscheidsbrief

Koert zit tot juni 1944 in de SD-gevangenis in Scheveningen, in de volksmond bekend als Oranjehotel. Zijn familie ontvangt uit cel 534 in totaal drie brieven, geschreven op officieel briefpapier van de “Deutsche Polizeigefängnis” te Den Haag aan de Van Alkemadelaan. Daarna horen zij lange tijd niets meer van hem. Op 6 juni 1944, D-day, wordt het Oranjehotel ontruimd en worden de gevangenen overgebracht naar het Kamp Vught. Op de fusilladeplaats nabij het kamp worden tot aan de ontruiming van het kamp in september 1944 ruim driehonderd verzetsstrijders gefusilleerd. Steeds als er na de bevrijding treinen uit kampen arriveren op het station van Nijmegen, gaat zijn moeder kijken of hij één van de inzittenden is. Ook dienen zich personen aan bij zijn ouders die beweren Koert gezien en gesproken te hebben. Deze informatie – dankbaar met geld beloond – blijkt uit verzinsels te bestaan. Eind oktober 1945 ontvangen zijn ouders officieel bericht van het overlijden van hun zoon. Een afschrift van de overlijdensakte uit het dodenregister is aan het bericht toegevoegd. Inmiddels hebben zij al van Joop Jöris, de celgenoot van Koert in Vught, vernomen dat Koert is gefusilleerd. De avond vóór zijn dood schrijft hij in zijn cel in de bunker een afscheidsbrief voor zijn ouders. Daarin drukt hij zijn moeder op het hart dat zij zich géén verwijten moet maken. Hij beseft maar al te goed dat zijn dood een groot persoonlijk trauma voor zijn moeder tot gevolg kan hebben. Het is immers “haar volk” die hem de fatale kogel bezorgt.

Hetty Voûte

Het lukt Koert om zijn afscheidsbrief, samen met manchetknopen en een zegelring, via een buis naar Hetty Voûte te smokkelen, die ook in de bunker zit. Het is ook Hetty tegen wie hij zijn laatste woorden spreekt, als hij merkt dat zij vanuit haar cel door een spleet op de binnenplaats kan gluren. Hetty krijgt het voor elkaar de ”erfenis” van Koert bij zich te houden, ook in de kampen waarnaar zij na Vught wordt getransporteerd. De afscheidsbrief leert zij zelfs voor de zekerheid uit haar hoofd, voor het geval zij hem kwijt zal raken. De familie van Koert is Hetty erg dankbaar. Zij hebben nog lang contact met elkaar. Kort vóórdat Hetty in 1999 overlijdt bezoekt Ilse, de zus van Koert en de enige van het gezin Van Haaren die dan nog leeft, haar aan de Keizersgracht in Amsterdam.

Bidprentje

Op zijn bidprentje is te lezen: Langzamerhand was in hem het verlangen gegroeid en sterk geworden zijn vaderland actief te dienen in verzet tegen den overweldiger. De gevaren hiervan kende hij; hij nam ze bewust op zich en met Kerstmis 1943 heimelijk nog eens zijn geliefd ouderhuis bezoekend, gaf hij zijn moeder zijn portret in uniform met de woorden: “Mocht mij iets overkomen, dan wil ik in uw herinnering voortleven als strijder voor mijn land; daarom heb ik het zóó laten maken. Bovenaan staat deze foto afgebeeld.

Bronnen:

  • Familie Kuijck-van Haaren
  • E.P. Weber. Gedenkboek van het “Oranjehotel” : celmuren spreken, gevangenen getuigen, onze gevallen verzetshelden. Amstelveen : Pieter Mulier, 1982. 3e druk. ISBN 90-70393-10-7
  • www.nationaalarchief.nl