A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Boonstra, Dirk

Boonstra,-DirkGeboren te Groningen op 2 september 1920
Omgebracht in Kamp Vught op 18 augustus 1944, 23 jaar

 

 

Dirk Boonstra wordt op 2 september 1920 in de stad Groningen geboren als enig kind van Oege Boonstra en Anna Boonstra-Kempenaar. Dirk groeit op als een vriendelijke jongen die veel vrienden heeft. Na zijn schoolopleiding gaat Dirk werken in het bedrijf van zijn vader. Vader Oege Boonstra is compagnon in het transportbedrijf De Legro. Deze bodedienst onderhoudt vrachtvervoer tussen Groningen en Leeuwarden en terug, met deze dienst worden ook vaak illegale goederen vervoerd. In het voorjaar van 1943 komt Dirk in contact met de verzetsgroep van Jaap Kroon -de latere Nulgroep- en Dirk geeft aan dat hij ook mee wil helpen in de strijd tegen de bezetter.

Opvanghuis

Dirk heeft een goed contact binnen het Huis van Bewaring in Groningen en menig bericht komt via hem bij de centrale post van de Nulgroep binnen. De diverse functies in de groep worden streng gescheiden gehouden en Dirk wordt ingedeeld bij de commissie financiën. Daarnaast verricht Dirk ook werk voor de KP (Knokploegen); zo zorgt hij onder andere voor wapens, munitie, uniformen, fietsbanden, benzine en geld. Het ouderlijk huis van Dirk wordt vaak gebruikt als opvang- en doorgangshuis. Als er iemand een paar nachten verborgen moet worden, is de moeder van Dirk steeds bereid te helpen.

Deurmat

Als op oudejaarsavond 1943 Elzinga -hoofd van de Bijzondere Recherche in Groningen- door het verzet is omgebracht, wordt Dirk Boonstra in de nacht van 2 op 3 januari 1944 gearresteerd, ook Dirks vader wordt meegenomen. Een huiszoeking levert echter niets op. Moeder Boonstra ziet kans een paar revolverkogels het raam uit te gooien en enige brieven onder de voordeurmat te verstoppen. Op 19 januari wordt Dirk ontboden naar het Scholtenshuis aan de Grote Markt te komen, het gevreesde hoofdkwartier van de SD, waar op de zolderverdieping gearresteerden worden verhoord en gemarteld. Omdat gevreesd wordt dat de verdenking tegen zijn vader verder zal vergroten als Dirk aan die oproep geen gehoor zou geven, krijgt Dirk het advies wel te gaan. Na vrij scherpe verhoren, waarbij de SD hem van alles verwijt, krijgt Dirk op 21 februari toch weer de vrijheid, maar zijn vader komt niet vrij.

Haaren

Hoewel de ondervragers niet kunnen bewijzen dat Dirks vader medeschuldig is aan de dood van Elzinga, wordt hij toch vastgehouden en als gijzelaar naar Haaren ge­transporteerd. Omdat men binnen de verzetsgroep vreest dat de SD Dirk en diens woning nog wel een poosje in de gaten zullen kunnen houden, wordt hem aangeraden zich tijdelijk buiten het verzetswerk te houden. Dit is Dirk echter niet naar de zin, hij beklaagt zich en vraagt of hij niet meer te vertrouwen is of zelfs misschien niet meer geschikt is voor het verzetswerk. Dit is evenwel allerminst niet zo en spoedig zit Dirk weer volop in het verzet.

Kisten

Ondanks het feit dat zowel zijn moeder als zijn verloofde Jannette Munstra er meerdere malen bij Dirk op aandringen dat hij moet onderduiken, meent Dirk dat hij niet zo’n gevaar loopt. Op 8 augustus 1944 echter, als de verzetsmensen bezig zijn een auto te la­den in de garage tegenover de woning van Boonstra, melden zich twee mannen in burger bij de woning, zij willen een paar kisten vervoerd hebben naar Leeuwarden. Mevrouw Boonstra verwijst de mannen naar de garage, waar Dirk direct gearresteerd wordt, terwijl op de auto beslag wordt gelegd. Op 16 augustus 1944 wordt Dirk Boonstra naar Kamp Vught getransporteerd. De laatste brief van hem komt uit het Huis van Bewaring in Groningen en is gedateerd op 15 augustus.

Rouwdienst

Op 18 augustus wordt Dirk, samen met twaalf anderen, in Kamp Vught gefusilleerd als represaille voor de terechtstelling van een luitenant van politie in Sneek. Voor deze groep van dertien gefusilleerden wordt in 1945 een plechtige rouw­dienst gehouden in de gereformeerde Koepelkerk in Leeuwarden.

Bronnen:

  • De Zwerver 1947 / nr. 8
  • Familie Schoonbeek-Oegema