A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Bode, Nelly A.J. de

Nelly de Bode

Nelly de Bode

Geboren te Heer op 7 september 1905
Omgekomen in Kamp Vught op 16 januari 1944, 38 jaar

Dochter

Op 19 december 1933 brengt Nelly een dochter ter wereld: Bieneke. In 1935 wordt de relatie tussen Nelly en de vader van Bieneke verbroken. Op dertigjarige leeftijd staat Nelly voor de taak haar bijna twee jaar oude dochter alleen op te voeden en gaat ze werken als kantoorbediende bij het Arbeidsbureau in Rotterdam. Zij staat bekend als een sterke en bescheiden vrouw die klaar staat voor iedereen.

Bombardement

Bieneke is zes jaar als de oorlog uitbreekt. Bij het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 brengt Nelly Bieneke naar een veilige plek en gaat vervolgens helpen waar ze maar kan. Ook zorgt ze dat een oude joodse dame met een vissersboot kan uitwijken naar Engeland.

Ster

Nelly blijft hulp verlenen. Naarmate de anti-joodse maatregelen toenemen, geeft zij haar persoonsbewijs aan een joodse huisgenote, óók de foto op het persoonsbewijs wordt veranderd. Bij een controle blijft deze verandering helaas niet onopgemerkt. Op 1 november 1943 wordt Nelly op kantoor gearresteerd en overgebracht naar het Haagsche Veer, het hoofdbureau van politie. Nelly neemt alle schuld op zich, om haar huisgenote zoveel mogelijk te sparen. Zij bekent onmiddellijk en zegt dat ze haar persoonsbewijs heeft afgestaan om deze vrouw het lopen met een ster te besparen. Op 17 december 1943 wordt Nelly overgebracht naar Kamp Vught. Bieneke, die inmiddels zonder haar moeder tien jaar is geworden, komt in huis bij de broer van Nelly.

Schaar

De kerstdagen van 1943, oudjaar en nieuwjaarsdag 1944 brengt Nelly door in barak 23b te midden van andere vrouwelijke gevangenen. Af en toe kan zij een brief aan Bieneke schrijven. Half januari blijkt dat één van de vrouwen in de barak allerlei informatie doorgeeft aan de kampleiding. Op niet mis te verstane wijze geven de vrouwen haar te kennen hier onmiddellijk mee te stoppen. De vrouw gaat echter door en moet dat bekopen met het afknippen van haar vlechten. Zij beklaagt zich daarop bij de kampcommandant en noemt de naam van de vrouw die de schaar heeft gehanteerd: Non Verstegen. Non wordt gestraft en verhuist naar cel 115 in de Bunker, de gevangenis binnen het kampcomplex. Hierop verklaren veel vrouwen zich solidair met Non en zetten hun handtekening op een lijst. Men vermoedt dat Non hierdoor wel weer vrij zal komen.

Nacht

Een paar dagen gebeurt er niets. Op zaterdagavond worden de vrouwen plotseling op appèl geroepen, de hele kampleiding is aanwezig. Na het afroepen van hun nummers gaan ook deze vrouwen naar de Bunker. Vierenzeventig vrouwen worden in cel 115 geperst, een ruimte van twee meter zevenentwintig breed, vier meter twaalf lang en twee meter vijfendertig hoog, er is vrijwel geen luchttoevoer. Ook Nelly zit in deze cel. Het is de nacht van 15 op 16 januari 1944. Pas na veertien uur gaat de deur weer open.

Drama

In het midden van de cel ligt een stapel vrouwen. Daaromheen staan en hangen vrouwen die totaal onherkenbaar zijn, met kletsnatte haarslierten, vreemd verkleurde gezichten en gescheurde kleren. De stank is verschrikkelijk. Tien vrouwen blijken dood te zijn, onder wie Nelly de Bode. De vrouwen die deze nacht overleven, moeten een verklaring tekenen niets over deze nacht te vertellen op straffe van deportatie naar Duitsland. Toch is Rauter, verantwoordelijk voor de SS en het Duitse politieapparaat in Nederland, snel op de hoogte. Rauter laat Grünewald, de verantwoordelijke kampcommandant, direct arresteren.
Kampcommandant Grünewald sneuvelt in 1945 als gewoon soldaat aan het Oostfront.

Bieneke

Begin maart 1944 krijgt Bieneke van haar tante in drie korte zinnen te horen dat haar moeder in Kamp Vught aan griep is gestorven. Verder wordt er niet over gesproken. Bieneke heeft het gevoel dat er voor haar iets verborgen wordt gehouden, maar weet niet wat. In 1949 vertelt haar lerares geschiedenis over het bunkerdrama in Vught en Bieneke begint zich af te vragen of haar moeder daar ook bij geweest zou kunnen zijn. Zij gaat op zoek naar de waarheid en raadpleegt verschillende instanties. Als ze achttien jaar is komt Bieneke er achter dat haar moeder inderdaad in de Bunker is omgekomen. In 1980 – Bieneke is dan 46 jaar – komt zij in contact met Non Verstegen, de vrouw die de schaar heeft gehanteerd in barak 23b. Onomwonden hoort zij het verhaal zoals zij het graag in 1944 had willen horen.

Steen

In 1991 leest Bieneke een bericht waarin een oproep wordt gedaan geld te storten voor een plaquette met de namen van de tien vrouwen die de bunkernacht niet hebben overleefd. Eindelijk komt zij in contact met kinderen van de andere vrouwen die niet terugkwamen en met vrouwen die de bunkernacht wel overleefden. Op 16 januari 1992 wordt de plaquette met namen onthuld. Voor het eerst in haar leven heeft Bieneke het gevoel dat zij zich niet langer groot hoeft te houden. Jaarlijks wordt op 16 januari door directbetrokkenen het bunkerdrama herdacht. Enkele jaren later komt Bieneke in contact met één van de vrouwen die het bunkerdrama heeft meegemaakt en in het kamp een vriendin van haar moeder is geweest. Na de eerste ontroerende ontmoeting zien ze elkaar geregeld.

Bieneke -links- met de kampvriendin van haar moeder

Bieneke -links- met de kampvriendin van haar moeder

2005

De herdenking van 16 januari 2005 wordt uitgesteld omdat Bieneke in het ziekenhuis ligt: herdenken doe je met elkaar. Op 7 februari 2005 sterft Bieneke de Bode, 71 jaar oud.

Bronnen:

  • Bieneke de Bode
  • Tineke Wibaut-Guilonard. Zo ben je daar : Kampervaringen. Amsterdam : Ploegsma, 1983. ISBN 90-216-0625-9
  • Hans Olink. Vrouwen van Vught : Een nacht in een concentratiekamp. Amsterdam : Lubberhuizen, [1995]. ISBN 90-73978-35-1
  • Icodo-info : tijdschrift over gevolgen van oorlog en geweld. Jaargang 21 : nr. 1, september 2004 : “De Vriendenkring Vught”. ISSN 0168-9932