A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Blaauw, Pieter G.

 

Geboren te Vlissingen op 26 november 1923
Omgebracht in Kamp Vught op 4 september 1944, 20 jaar

Al op zeventienjarige leeftijd is Piet Blaauw op pad voor het verzetswerk, waar hij tot aan zijn arrestatie intensief mee bezig is. Eerst is het verzetswerk nog ongeordend, in hoofdzaak bestaat het uit illegale bladen verspreiden en distributiebonnen verdelen. Door zijn doortastend optreden treedt Piet meer op de voorgrond en is hij spoedig een van de voornaamste personen in de Haagse groep van de LO.

Distributiebonnen

In 1943 voorziet Piet de meeste onderduikers en de illegale persmensen in Den Haag en omstreken van distributiebonnen. Zo komt hij dikwijls ’s avonds met drieduizend bonkaarten in zijn tas binnenstappen, na een paar uur is de zaak verdeeld en weer de deur uitgewerkt. Ook heeft Piet een groot aandeel in de organisatie rond de controle bij de uitreiking van de tweede distributie stamkaarten.

Overval

Dat Piet niet alleen organiseert, maar ook handelend optreedt, blijkt onder andere uit zijn deelname aan de overval op bet gemeentehuis van Put­tershoek. Een gewaagde onderneming, omdat hiervoor de Oude en Nieuwe Maas gepasseerd moeten worden, die gemakkelijk af te sluiten zijn. Deze overval lukt uitstekend. Ook aan het vuurgevecht met de SD-agent Ver­meer op de Ieplaan neemt Piet deel.

Geen kans

Kort hierop volgt – op 28 maart 1944 – de grote slag waarbij bijna de ­hele Haagse groep wordt gearresteerd. Veel bezwarend materiaal wordt in het  ‘kantoor’ van Piet gevonden zoals  blanco persoonsbewijzen uit  allerlei plaatsen, blanco Z-kaarten, legitimatiebewijzen van het Arbeidsbureau en stempels van al­lerlei diensten. Piet is zo goed bekend bij de SD dat hij geen enkele kans heeft om vrij te komen. Maar zelfs in het Oranjehotel in Scheveningen blijft hij optimistisch ondanks de zware verhoren, die hij bijna iedere dag ondergaat. Op de dag van de invasie, 6 juni 1944, wordt Piet naar Kamp Vught getransporteerd.

Voorbeeld

“Wat ik van andere gevangenen gehoord heb, is hij ook daar een voorbeeld van opgewektheid. Zijn bijbeltje. dat hij in Scheveningen heeft weten binnen te smokkelen heeft hem veel steun gegeven. Op 4 september 1944 is hij met vele vrienden in Kamp Vught gefusilleerd.”

Bron:

  • De Zwerver 32/1948